BWBR0003381
Geldig vanaf 1981-03-17
Artikel 57
Regeling In- en uitvoer landbouwgoederen
De in artikel 36, onder c, bedoelde vrijstelling geldt
a. voor wat betreft hopbellen van post ex 1210 van de gecombineerde nomenclatuur slechts indien en voor zover bij het doen van de aangifte ten invoer wordt overgelegd hetzij een gelijkwaardigheidsverklaring of een uittreksel daarvan, als bedoeld in artikel 2 van Verordening (EEG) nr. 3076/78, hetzij een verklaring als bedoeld in artikel 4 van die verordening.
b. voor wat betreft andere produkten van post ex 1210 van de gecombineerde nomenclatuur dan onder a, genoemd, alsmede voor wat betreft plantesappen en plantenextracten van hop van post 1302 1300 van de gecombineerde nomenclatuur slechts indien en voor zover bij het doen van de aangifte ten invoer wordt overgelegd een gelijkwaardigheidsverklaring of een uittreksel daarvan, als bedoeld in artikel 2 van Verordening (EEG) nr. 3076/78. De onder a, laatstgenoemde verklaring wordt afgegeven door het produktschap. De verklaring wordt eerst afgegeven nadat uit een monsteronderzoek is gebleken, dat de onder a, genoemde produkten voldoen aan de bij en krachtens artikel 2 van Verordening (EEG) nr. 1696/71 vastgestelde milieukwaliteitseisen. Het monsteronderzoek geschiedt door het Rijkskwaliteitsinstituut voor Landen Tuinbouwprodukten te Wageningen; dit instituut brengt de uitslag van het onderzoek ter kennis van het produktschap.
a. voor wat betreft hopbellen van post ex 1210 van de gecombineerde nomenclatuur slechts indien en voor zover bij het doen van de aangifte ten invoer wordt overgelegd hetzij een gelijkwaardigheidsverklaring of een uittreksel daarvan, als bedoeld in artikel 2 van Verordening (EEG) nr. 3076/78, hetzij een verklaring als bedoeld in artikel 4 van die verordening.
b. voor wat betreft andere produkten van post ex 1210 van de gecombineerde nomenclatuur dan onder a, genoemd, alsmede voor wat betreft plantesappen en plantenextracten van hop van post 1302 1300 van de gecombineerde nomenclatuur slechts indien en voor zover bij het doen van de aangifte ten invoer wordt overgelegd een gelijkwaardigheidsverklaring of een uittreksel daarvan, als bedoeld in artikel 2 van Verordening (EEG) nr. 3076/78. De onder a, laatstgenoemde verklaring wordt afgegeven door het produktschap. De verklaring wordt eerst afgegeven nadat uit een monsteronderzoek is gebleken, dat de onder a, genoemde produkten voldoen aan de bij en krachtens artikel 2 van Verordening (EEG) nr. 1696/71 vastgestelde milieukwaliteitseisen. Het monsteronderzoek geschiedt door het Rijkskwaliteitsinstituut voor Landen Tuinbouwprodukten te Wageningen; dit instituut brengt de uitslag van het onderzoek ter kennis van het produktschap.