BWBR0003381
Geldig vanaf 1981-03-17
Artikel 72
Regeling In- en uitvoer landbouwgoederen
1. De mededeling, bedoeld in artikel 221, eerste lid, van het Communautair douanewetboek, van het bedrag aan landbouwheffingen bij invoer dat voortvloeit uit een douaneschuld geschiedt door het vaststellen van een uitnodiging tot betaling door het produktschap voor ieder van de heffingen afzonderlijk, indien ter verzekering van de voldoening van een dergelijke heffing de zekerheid bij het produktschap is gesteld.
2. In afwijking van het eerste lid geschiedt de mededeling door de inspecteur van de rijksbelastingdienst, bevoegd inzake de douane, in alle gevallen waarin:
a. de aangever tot onmiddellijke betaling van de douaneschuld wenst over te gaan;
b. blijkens de aan de inspecteur van de rijksbelastingdienst, bevoegd inzake de douane, verstrekte mededelingen, bedoeld in artikel 64, en met inachtneming van de aangifte voor het vrije verkeer en van hetgeen bij verificatie is bevonden, aangenomen moet worden dat bij het produktschap geen of onvoldoende zekerheid is gesteld voor de voldoening van de ter zake van het in het vrije verkeer brengen van goederen verschuldigde landbouwheffing bij invoer;
c. een te zuiveren document niet is gezuiverd;
d. een douaneschuld is ontstaan, bedoeld in de artikelen 201, eerste lid, onderdeel b, 202, eerste lid, 203, eerste lid, 204, eerste lid en 205, eerste lid, van het Communautair douanewetboek of
e. met betrekking tot enig in dit lid bedoeld geval tot boeking achteraf wordt overgegaan.
2. In afwijking van het eerste lid geschiedt de mededeling door de inspecteur van de rijksbelastingdienst, bevoegd inzake de douane, in alle gevallen waarin:
a. de aangever tot onmiddellijke betaling van de douaneschuld wenst over te gaan;
b. blijkens de aan de inspecteur van de rijksbelastingdienst, bevoegd inzake de douane, verstrekte mededelingen, bedoeld in artikel 64, en met inachtneming van de aangifte voor het vrije verkeer en van hetgeen bij verificatie is bevonden, aangenomen moet worden dat bij het produktschap geen of onvoldoende zekerheid is gesteld voor de voldoening van de ter zake van het in het vrije verkeer brengen van goederen verschuldigde landbouwheffing bij invoer;
c. een te zuiveren document niet is gezuiverd;
d. een douaneschuld is ontstaan, bedoeld in de artikelen 201, eerste lid, onderdeel b, 202, eerste lid, 203, eerste lid, 204, eerste lid en 205, eerste lid, van het Communautair douanewetboek of
e. met betrekking tot enig in dit lid bedoeld geval tot boeking achteraf wordt overgegaan.