1. De tegemoetkoming in dubbele woonlasten, bedoeld in
artikel 4.2.7, derde lid, van het besluit, bestaat uit het bedrag van de gemaakte kosten van huisvesting en bedraagt ten hoogste 18% van de bezoldiging, bedoeld in
artikel 4.2.1, tweede lid, van het besluit.
2. Onder de gemaakte kosten van huisvesting, bedoeld in het eerste lid, worden verstaan:
a. het bedrag van de huur van de woning in de gemeente waar de voorzitter is benoemd, vermeerderd met de kosten voor energie en water;
b. de rente van schulden ter verwerving van de woning in het waterschap waar betrokkene is benoemd, vermeerderd met de kosten voor energie en water;
c. de bijdrage voor het bewonen van een ter beschikking gestelde woning, bedoeld in artikel 4.2.8, eerste lid, van het besluit, in het waterschap waar betrokkene is benoemd.
3. De tegemoetkoming, bedoeld in het eerste lid, gaat in op de eerste dag van de maand waarop de dubbele woonlasten ontstaan en eindigt met ingang van de eerste dag van de maand waarin de woning waar betrokkene ten tijde van zijn benoeming woonde, is verkocht, of na afloop van de in
artikel 4.2.7, derde lid, van het besluit, genoemde termijn van drie jaar. De datum van verkoop wordt bepaald op de dag dat de akte betreffende de overdracht van de woning bij de notaris is gepasseerd.
4. De tegemoetkoming, bedoeld in het eerste lid, wordt slechts verleend indien:
a. betrokkene binnen drie jaar na zijn benoeming een woning koopt of huurt in het waterschap waarin hij is benoemd dan wel een ter beschikking gestelde woning als bedoeld in artikel 4.2.8 van het besluit betrekt; en
b. de woning waar betrokkene ten tijde van zijn benoeming woonde, voor een ieder kenbaar te koop staat en er, nadat eventuele huurinkomsten uit die woning in mindering zijn gebracht op de rente over de schulden ter verwerving van die woning, een bedrag resteert dat voor zijn rekening komt.
5. Indien de voorzitter een tegemoetkoming in de kosten voor dubbele woonlasten ontvangt, worden met overeenkomstige toepassing van artikel 4.6, eerste tot en met vierde lid, de reiskosten voor één bezoek per week aan de woning waarin hij ten tijde van zijn benoeming woonde vergoed.