1. Indien de burgemeester voor de uitoefening van zijn functie voor vervoer binnen de gemeente regelmatig zakelijk gebruik maakt van een eigen personenauto, heeft hij daarvoor aanspraak op een vaste vergoeding of een vergoeding op basis van het jaarlijks per eigen personenauto afgelegde aantal kilometers.
2. De vaste vergoeding, bedoeld in het eerste lid, bedraagt per maand:
a. € 31,08 in gemeenten met een oppervlak tot 50 vierkante kilometer;
b. € 44,40 in gemeenten met een oppervlak van 50 tot 100 vierkante kilometer;
c. € 66,60 in gemeenten met een oppervlak van 100 tot 150 vierkante kilometer;
d. € 79,92 in gemeenten met een oppervlak van 150 vierkante kilometer en meer.
3. De vergoeding op basis van het jaarlijks per eigen personenauto afgelegde aantal kilometers, bedoeld in het eerste lid, is gelijk aan het aantal kilometers vermenigvuldigd met € 0,28. Het aantal kilometers dat maximaal kan worden gedeclareerd bedraagt per jaar:
a. 2100 in gemeenten met een oppervlak tot 50 vierkante kilometer;
b. 3000 in gemeenten met een oppervlak van 50 tot 100 vierkante kilometer;
c. 4500 in gemeenten met een oppervlak van 100 tot 150 vierkante kilometer;
d. 5400 in gemeenten met een oppervlak van 150 vierkante kilometer en meer.
4. Indien de burgemeester voor de uitoefening van de functie binnen de gemeente geen aanspraak maakt op de vergoeding, bedoeld in het eerste lid, ontvangt hij de kosten voor het gebruik van het openbaar vervoer, bedoeld in artikel 4, vijfde lid.
5. Een burgemeester die de beschikking heeft over een dienstauto en daarnaast regelmatig gebruik maakt van een eigen personenauto, ontvangt een vergoeding die is gebaseerd op de helft van de in het tweede lid genoemde bedragen, respectievelijk op de helft van het in het derde lid genoemde aantal kilometers.
6. Voor een dienstreis met een bestemming buiten de gemeente, geldt bij gebruik van een eigen personenauto een vergoeding van € 0,28 per kilometer of een vergoeding van de kosten voor het gebruik van het openbaar vervoer.
7. De vergoeding van verblijfkosten, bedoeld in
artikel 32, eerste lid, onderdeel b, van het Rechtspositiebesluit burgemeesters, betreft de noodzakelijke en redelijkerwijs gemaakte werkelijke kosten.