BWBR0041573
Geldig vanaf 2019-01-01
Artikel 2.3
Regeling rechtspositie decentrale politieke ambtsdragers
1. De vergoeding voor tijdelijke huisvesting, bedoeld in artikel 2.2.7, tweede lid, onder a, van het besluit, bedraagt per maand het bedrag van de gemaakte kosten voor tijdelijke huisvesting, doch ten hoogste 18% van de bezoldiging van de commissaris of de gedeputeerde, bedoeld in artikel 2.2.1, eerste onderscheidenlijk tweede lid, van het besluit.
2. In de gemaakte kosten, bedoeld in het eerste lid, zijn begrepen de kosten voor energie en water, maar niet de kosten voor overige diensten of zaken.
3. De reiskosten voor één bezoek per week aan de woning waar de commissaris of de gedeputeerde ten tijde van de benoeming woonde, bedoeld in artikel 2.2.7, tweede lid, onder b, van het besluit, worden met overeenkomstige toepassing van artikel 2.6, eerste tot en met vierde lid, vergoed.
2. In de gemaakte kosten, bedoeld in het eerste lid, zijn begrepen de kosten voor energie en water, maar niet de kosten voor overige diensten of zaken.
3. De reiskosten voor één bezoek per week aan de woning waar de commissaris of de gedeputeerde ten tijde van de benoeming woonde, bedoeld in artikel 2.2.7, tweede lid, onder b, van het besluit, worden met overeenkomstige toepassing van artikel 2.6, eerste tot en met vierde lid, vergoed.