BWBR0041573
Geldig vanaf 2019-01-01
Artikel 3.5
Regeling rechtspositie decentrale politieke ambtsdragers
1. De eigen bijdrage per maand voor het bewonen van een ter beschikking gestelde woning, bedoeld in artikel 3.2.8 van het besluit, betreft een bedrag ter grootte van 18% van de bezoldiging, bedoeld in artikel 3.2.1, eerste of derde lid, van het besluit.
2. Indien het college van burgemeester en wethouders vaststelt dat de economische huurwaarde van de ter beschikking gestelde woning lager is dan het bedrag, bedoeld in het eerste lid, stelt het college de eigen bijdrage per maand in afwijking van het eerste lid vast op dat lagere bedrag.
3. Bij het bewonen van een ter beschikking gestelde woning draagt de burgemeester of de wethouder de onderhoudskosten welke volgens de wet ten laste van de huurder zijn.
2. Indien het college van burgemeester en wethouders vaststelt dat de economische huurwaarde van de ter beschikking gestelde woning lager is dan het bedrag, bedoeld in het eerste lid, stelt het college de eigen bijdrage per maand in afwijking van het eerste lid vast op dat lagere bedrag.
3. Bij het bewonen van een ter beschikking gestelde woning draagt de burgemeester of de wethouder de onderhoudskosten welke volgens de wet ten laste van de huurder zijn.