BWBR0041573
Geldig vanaf 2019-01-01
Artikel 2.8
Regeling rechtspositie decentrale politieke ambtsdragers
1. De eigen bijdrage per maand voor het gebruik, anders dan voor zakelijke of bestuurlijke doeleinden, van een aan de commissaris of de gedeputeerde ter beschikking gestelde auto, bedoeld in artikel 2.2.10, achtste lid, van het besluit, wordt, voor zover nodig op basis van nacalculatie, berekend volgens de formule (a/b)p/12, waarbij:
a. ‘a’ staat voor het totaal in het kalenderjaar door betrokkene in de ter beschikking gestelde auto anders dan voor zakelijke of bestuurlijke doeleinden gereden kilometers;
b. ‘b’ staat voor het totaal in het kalenderjaar door betrokkene in de ter beschikking gestelde auto gereden kilometers;
c. ‘p’ staat voor het totaal bedrag van de kosten van de auto dat in het kalenderjaar ten laste van de provincie komt, daaronder in ieder geval de kosten van afschrijving, onderhoud, brandstof en verzekering.
2. Voor woon-werkverkeer alsmede voor reizen, gemaakt voor de uitoefening van het ambt, worden aan de commissaris of de gedeputeerde bij gebruik van een ter beschikking gestelde auto tevens de parkeer- of stallingkosten, veerkosten en tolkosten vergoed, mits deze kosten niet uit anderen hoofde worden vergoed.
3. Boetes en naheffingsaanslagen voor parkeren worden niet vergoed.
a. ‘a’ staat voor het totaal in het kalenderjaar door betrokkene in de ter beschikking gestelde auto anders dan voor zakelijke of bestuurlijke doeleinden gereden kilometers;
b. ‘b’ staat voor het totaal in het kalenderjaar door betrokkene in de ter beschikking gestelde auto gereden kilometers;
c. ‘p’ staat voor het totaal bedrag van de kosten van de auto dat in het kalenderjaar ten laste van de provincie komt, daaronder in ieder geval de kosten van afschrijving, onderhoud, brandstof en verzekering.
2. Voor woon-werkverkeer alsmede voor reizen, gemaakt voor de uitoefening van het ambt, worden aan de commissaris of de gedeputeerde bij gebruik van een ter beschikking gestelde auto tevens de parkeer- of stallingkosten, veerkosten en tolkosten vergoed, mits deze kosten niet uit anderen hoofde worden vergoed.
3. Boetes en naheffingsaanslagen voor parkeren worden niet vergoed.