BWBR0041573
Geldig vanaf 2019-01-01
Artikel 2.6
Regeling rechtspositie decentrale politieke ambtsdragers
1. Voor woon-werkverkeer en voor reizen, gemaakt voor de uitoefening van het ambt, worden of wordt aan de commissaris of de gedeputeerde vergoed:
a. de kosten voor het gebruik van openbaar vervoer;
b. bij gebruik van een eigen vervoermiddel het maximumbedrag dat door een werkgever onbelast per afgelegde kilometer aan de werknemer kan worden verstrekt.
2. Voor woon-werkverkeer alsmede voor reizen, gemaakt voor de uitoefening van het ambt, worden aan de commissaris of de gedeputeerde bij gebruik van een eigen vervoermiddel tevens de parkeer- of stallingkosten, veerkosten en tolkosten vergoed.
3. Boetes en naheffingsaanslagen voor parkeren worden niet vergoed.
4. Indien de commissaris of de gedeputeerde een functionele beperking heeft, kan incidenteel voor reizen voor woon- werkverkeer en voor reizen, gemaakt voor de uitoefening van het ambt, een voor de beperking geschikte vervoersvoorziening worden vergoed of ter beschikking gesteld. Bij gebruik van die voor de beperking geschikte vervoersvoorziening worden aan de commissaris of de gedeputeerde tevens de parkeer- of stallingkosten, veerkosten en tolkosten vergoed.
5. Aan de commissaris en gedeputeerde wordt vergoeding van kosten voor woon-werkverkeer uitsluitend toegekend:
a. indien hij in de basisregistratie personen is ingeschreven op een woonadres binnen de provincie, waarin hij is benoemd, of
b. indien hij nog niet is ingeschreven in de basisregistratie personen op een woonadres binnen de provincie waarin hij is benoemd, voor zolang hem ontheffing is verleend van de verplichting om zijn werkelijke woonplaats in de provincie te hebben.
6. De noodzakelijke en redelijkerwijs gemaakte werkelijke verblijfkosten die de commissaris of de gedeputeerde maakt in verband met reizen voor de uitoefening van het ambt worden aan hem vergoed.
a. de kosten voor het gebruik van openbaar vervoer;
b. bij gebruik van een eigen vervoermiddel het maximumbedrag dat door een werkgever onbelast per afgelegde kilometer aan de werknemer kan worden verstrekt.
2. Voor woon-werkverkeer alsmede voor reizen, gemaakt voor de uitoefening van het ambt, worden aan de commissaris of de gedeputeerde bij gebruik van een eigen vervoermiddel tevens de parkeer- of stallingkosten, veerkosten en tolkosten vergoed.
3. Boetes en naheffingsaanslagen voor parkeren worden niet vergoed.
4. Indien de commissaris of de gedeputeerde een functionele beperking heeft, kan incidenteel voor reizen voor woon- werkverkeer en voor reizen, gemaakt voor de uitoefening van het ambt, een voor de beperking geschikte vervoersvoorziening worden vergoed of ter beschikking gesteld. Bij gebruik van die voor de beperking geschikte vervoersvoorziening worden aan de commissaris of de gedeputeerde tevens de parkeer- of stallingkosten, veerkosten en tolkosten vergoed.
5. Aan de commissaris en gedeputeerde wordt vergoeding van kosten voor woon-werkverkeer uitsluitend toegekend:
a. indien hij in de basisregistratie personen is ingeschreven op een woonadres binnen de provincie, waarin hij is benoemd, of
b. indien hij nog niet is ingeschreven in de basisregistratie personen op een woonadres binnen de provincie waarin hij is benoemd, voor zolang hem ontheffing is verleend van de verplichting om zijn werkelijke woonplaats in de provincie te hebben.
6. De noodzakelijke en redelijkerwijs gemaakte werkelijke verblijfkosten die de commissaris of de gedeputeerde maakt in verband met reizen voor de uitoefening van het ambt worden aan hem vergoed.