BWBR0016417
Geldig vanaf 2016-01-27
Artikel 5
Regeling rechtspositie burgemeesters
1. De vergoeding van kosten voor woon- werkverkeer, bedoeld in artikel 32, eerste lid, onder a, van het Rechtspositiebesluit burgemeesters, bedraagt:
a. de kosten voor het gebruik van openbaar vervoer als bedoeld in artikel 4, vierde lid;
b. bij gebruik van een eigen personenauto een bedrag van € 0,15 per afgelegde kilometer.
2. De vergoeding van kosten voor woon- werkverkeer wordt uitsluitend toegekend indien de burgemeester is ingeschreven in de basisregistratie personen in de gemeente waarin hij is benoemd, of in het geval hem ontheffing van de verplichting om zijn werkelijke woonplaats in de gemeente te hebben, is verleend voor ten hoogste de duur van die periode.
3. De waarnemend burgemeester heeft recht op een vergoeding van de kosten voor woon-werkverkeer.
4. De waarnemend burgemeester die op 31 januari 2016 in functie is, behoudt de vergoeding van kosten voor woon-werkverkeer op basis van artikel 5, zoals dat luidde op 31 januari 2016.
a. de kosten voor het gebruik van openbaar vervoer als bedoeld in artikel 4, vierde lid;
b. bij gebruik van een eigen personenauto een bedrag van € 0,15 per afgelegde kilometer.
2. De vergoeding van kosten voor woon- werkverkeer wordt uitsluitend toegekend indien de burgemeester is ingeschreven in de basisregistratie personen in de gemeente waarin hij is benoemd, of in het geval hem ontheffing van de verplichting om zijn werkelijke woonplaats in de gemeente te hebben, is verleend voor ten hoogste de duur van die periode.
3. De waarnemend burgemeester heeft recht op een vergoeding van de kosten voor woon-werkverkeer.
4. De waarnemend burgemeester die op 31 januari 2016 in functie is, behoudt de vergoeding van kosten voor woon-werkverkeer op basis van artikel 5, zoals dat luidde op 31 januari 2016.