Artikel 1
1. Voor een vergoeding voor reis- en pensionkosten als bedoeld in artikel 18, eerste lid, onder a, van het Rechtspositiebesluit gedeputeerden, komt de gedeputeerde in aanmerking, als hij nog niet in een gemeente in de provincie waar hij is benoemd, in de basisregistratie personen is ingeschreven. De vergoeding betreft:
a. een maandelijks bedrag van de gemaakte pensionkosten doch ten hoogste 18% van de bezoldiging;
b. voor reiskosten tussen de woonplaats en de plaats van verblijf: 1°. de kosten voor het gebruik van het openbaar vervoer,
2°. bij gebruik van een eigen personenauto, een bedrag van € 0,15 per afgelegde kilometer.
1°. de kosten voor het gebruik van het openbaar vervoer,
2°. bij gebruik van een eigen personenauto, een bedrag van € 0,15 per afgelegde kilometer.
2. Indien geen aanspraak wordt gemaakt op een vergoeding van pensionkosten, bedraagt de vergoeding voor het reizen tussen de woonplaats en de provincie:
a. de kosten voor het gebruik van het openbaar vervoer;
b. bij gebruik van een eigen personenauto, een bedrag van € 0,15 per afgelegde kilometer.
3. Onder gemaakte pensionkosten worden verstaan de kosten die de gedeputeerde maakt voor tijdelijke huisvesting. In deze kosten zijn begrepen de kosten van elektriciteit, gas en water, maar niet de kosten die in rekening worden gebracht voor overige diensten of zaken.
4. Onder de kosten voor het gebruik van het openbaar vervoer, bedoeld in het eerste en tweede lid, worden verstaan de kosten van voor een ieder openstaand personenvervoer volgens een dienstregeling met een auto, bus, trein, metro, tram of via een geleidesysteem voortbewogen voertuig dan wel met een veerpont of een veerboot.
5. Het recht op de vergoeding, bedoeld in het eerste en tweede lid, vervalt een jaar na de dag waarop de benoeming als gedeputeerde ingaat, of, indien provinciale staten ontheffing hebben verleend van het vereiste van ingezetenschap, bedoeld in artikel 35b, tweede lid, van de Provinciewet, op het tijdstip waarop geen ontheffing meer geldt van het vereiste van ingezetenschap.
6. De verschuldigde loon- en inkomstenbelasting over de vergoeding voor pensionkosten worden door de provincie aan de gedeputeerde vergoed.
a. een maandelijks bedrag van de gemaakte pensionkosten doch ten hoogste 18% van de bezoldiging;
b. voor reiskosten tussen de woonplaats en de plaats van verblijf: 1°. de kosten voor het gebruik van het openbaar vervoer,
2°. bij gebruik van een eigen personenauto, een bedrag van € 0,15 per afgelegde kilometer.
1°. de kosten voor het gebruik van het openbaar vervoer,
2°. bij gebruik van een eigen personenauto, een bedrag van € 0,15 per afgelegde kilometer.
2. Indien geen aanspraak wordt gemaakt op een vergoeding van pensionkosten, bedraagt de vergoeding voor het reizen tussen de woonplaats en de provincie:
a. de kosten voor het gebruik van het openbaar vervoer;
b. bij gebruik van een eigen personenauto, een bedrag van € 0,15 per afgelegde kilometer.
3. Onder gemaakte pensionkosten worden verstaan de kosten die de gedeputeerde maakt voor tijdelijke huisvesting. In deze kosten zijn begrepen de kosten van elektriciteit, gas en water, maar niet de kosten die in rekening worden gebracht voor overige diensten of zaken.
4. Onder de kosten voor het gebruik van het openbaar vervoer, bedoeld in het eerste en tweede lid, worden verstaan de kosten van voor een ieder openstaand personenvervoer volgens een dienstregeling met een auto, bus, trein, metro, tram of via een geleidesysteem voortbewogen voertuig dan wel met een veerpont of een veerboot.
5. Het recht op de vergoeding, bedoeld in het eerste en tweede lid, vervalt een jaar na de dag waarop de benoeming als gedeputeerde ingaat, of, indien provinciale staten ontheffing hebben verleend van het vereiste van ingezetenschap, bedoeld in artikel 35b, tweede lid, van de Provinciewet, op het tijdstip waarop geen ontheffing meer geldt van het vereiste van ingezetenschap.
6. De verschuldigde loon- en inkomstenbelasting over de vergoeding voor pensionkosten worden door de provincie aan de gedeputeerde vergoed.