BWBR0041573
Geldig vanaf 2019-01-01
Artikel 5.1
Regeling rechtspositie decentrale politieke ambtsdragers
1. Aan de commissaris die op 27 maart 2019 in functie was, wordt op zijn verzoek tot uiterlijk de datum van zijn herbenoeming, bij gebruik van een eigen auto, reiskostenvergoeding verstrekt met toepassing van de Regeling rechtspositie commissarissen van de Koning, zoals die luidde op 27 maart 2019. Een verzoek als bedoeld in de eerste volzin kan slechts eenmaal worden ingediend.
2. De waarnemend burgemeester die op 31 januari 2016 in functie was, heeft zolang hij die functie in die gemeente vervult, aanspraak op vergoeding van kosten voor woon-werkverkeer op basis van artikel 5 van de Regeling rechtspositie burgemeesters, zoals dat luidde op 31 januari 2016.
3. Aan de burgemeester die op de 31 december 2018 in functie was, wordt op zijn verzoek tot uiterlijk de datum van zijn herbenoeming bij gebruik van een eigen auto reiskostenvergoeding verstrekt met toepassing van de Regeling rechtspositie burgemeesters, zoals die luidde op 31 december 2018. Een verzoek als bedoeld in de eerste volzin kan slechts eenmaal worden ingediend.
4. Aan de wethouder die de 31 december 2018 in functie was, wordt op zijn verzoek tot uiterlijk de datum waarop hij op grond van artikel 42 van de Gemeentewetaftreedt bij gebruik van een eigen auto reiskostenvergoeding verstrekt met toepassing van de Regeling rechtspositie wethouders, zoals die luidde op 31 december 2018. Een verzoek als bedoeld in de eerste volzin kan slechts eenmaal worden ingediend.
5. Aan de voorzitter van een waterschap die op 27 maart 2019 in functie was, wordt op zijn verzoek tot uiterlijk de datum van zijn herbenoeming bij gebruik van een eigen auto reiskostenvergoeding verstrekt met toepassing van artikel 3.6 van het Waterschapsbesluit, zoals dat luidde op 27 maart 2019. Een verzoek als bedoeld in de eerste volzin kan slechts eenmaal worden ingediend.
2. De waarnemend burgemeester die op 31 januari 2016 in functie was, heeft zolang hij die functie in die gemeente vervult, aanspraak op vergoeding van kosten voor woon-werkverkeer op basis van artikel 5 van de Regeling rechtspositie burgemeesters, zoals dat luidde op 31 januari 2016.
3. Aan de burgemeester die op de 31 december 2018 in functie was, wordt op zijn verzoek tot uiterlijk de datum van zijn herbenoeming bij gebruik van een eigen auto reiskostenvergoeding verstrekt met toepassing van de Regeling rechtspositie burgemeesters, zoals die luidde op 31 december 2018. Een verzoek als bedoeld in de eerste volzin kan slechts eenmaal worden ingediend.
4. Aan de wethouder die de 31 december 2018 in functie was, wordt op zijn verzoek tot uiterlijk de datum waarop hij op grond van artikel 42 van de Gemeentewetaftreedt bij gebruik van een eigen auto reiskostenvergoeding verstrekt met toepassing van de Regeling rechtspositie wethouders, zoals die luidde op 31 december 2018. Een verzoek als bedoeld in de eerste volzin kan slechts eenmaal worden ingediend.
5. Aan de voorzitter van een waterschap die op 27 maart 2019 in functie was, wordt op zijn verzoek tot uiterlijk de datum van zijn herbenoeming bij gebruik van een eigen auto reiskostenvergoeding verstrekt met toepassing van artikel 3.6 van het Waterschapsbesluit, zoals dat luidde op 27 maart 2019. Een verzoek als bedoeld in de eerste volzin kan slechts eenmaal worden ingediend.