BWBR0041573
Geldig vanaf 2019-01-01
Artikel 3.1
Regeling rechtspositie decentrale politieke ambtsdragers
1. Voor het bijwonen van vergaderingen van de gemeenteraad en commissies alsmede voor reizen, gemaakt voor de uitoefening van de functie, worden of wordt aan een raads- of commissielid vergoed:
a. de kosten voor het gebruik van openbaar vervoer;
b. bij gebruik van een eigen vervoermiddel het maximum bedrag dat door een werkgever aan een werknemer per afgelegde kilometer onbelast kan worden verstrekt.
2. Voor het bijwonen van vergaderingen van de gemeenteraad en commissies alsmede voor reizen, gemaakt voor de uitoefening van de functie, worden aan een raads- of commissielid bij gebruik van een eigen vervoermiddel tevens de parkeer- of stallingkosten, veerkosten en tolkosten vergoed.
3. Boetes en naheffingsaanslagen voor parkeren worden niet vergoed.
4. Indien een raads- of commissielid een functionele beperking heeft, kan incidenteel voor reizen voor woon- werkverkeer en voor reizen, gemaakt voor de uitoefening van de functie, een voor de beperking geschikte vervoersvoorziening worden vergoed of ter beschikking gesteld. Bij gebruik van die voor de beperking geschikte vervoersvoorziening worden aan een raads- of commissielid tevens de parkeer- of stallingkosten, veerkosten en tolkosten vergoed.
5. De noodzakelijke en redelijkerwijs gemaakte werkelijke verblijfkosten die een raads- of commissielid maakt in verband met reizen, gemaakt voor de uitoefening van de functie, worden ten laste van de gemeente vergoed.
a. de kosten voor het gebruik van openbaar vervoer;
b. bij gebruik van een eigen vervoermiddel het maximum bedrag dat door een werkgever aan een werknemer per afgelegde kilometer onbelast kan worden verstrekt.
2. Voor het bijwonen van vergaderingen van de gemeenteraad en commissies alsmede voor reizen, gemaakt voor de uitoefening van de functie, worden aan een raads- of commissielid bij gebruik van een eigen vervoermiddel tevens de parkeer- of stallingkosten, veerkosten en tolkosten vergoed.
3. Boetes en naheffingsaanslagen voor parkeren worden niet vergoed.
4. Indien een raads- of commissielid een functionele beperking heeft, kan incidenteel voor reizen voor woon- werkverkeer en voor reizen, gemaakt voor de uitoefening van de functie, een voor de beperking geschikte vervoersvoorziening worden vergoed of ter beschikking gesteld. Bij gebruik van die voor de beperking geschikte vervoersvoorziening worden aan een raads- of commissielid tevens de parkeer- of stallingkosten, veerkosten en tolkosten vergoed.
5. De noodzakelijke en redelijkerwijs gemaakte werkelijke verblijfkosten die een raads- of commissielid maakt in verband met reizen, gemaakt voor de uitoefening van de functie, worden ten laste van de gemeente vergoed.