BWBR0034320
Geldig vanaf 2017-01-01
Artikel 83
Regeling uitvoering GMO groenten en fruit
1. In afwijking van artikel 76, eerste lid, worden uitgaven voor investeringen in een energiebesparende installatie vanaf het moment van investeren lineair over een periode van vijf jaar ten laste van het actiefonds gebracht.
2. Indien de totale hoeveelheid aan derden geleverde energie die wordt opgewekt met de in het eerste lid bedoelde installatie groter is dan de totale hoeveelheid energie die door het lid waar de investering is geplaatst van energieleveranciers is afgenomen, wordt de opbrengst van de netto energielevering aan derden van energie die wordt opgewekt met de in het eerste lid bedoelde installatie lineair over een periode van vijf jaar in mindering gebracht op de in het eerste lid bedoelde uitgaven.
3. Wanneer de energie die wordt opgewekt met de in het eerste lid bedoelde installatie uitsluitend op het teeltbedrijf zelf gebruikt wordt, overlegt de producentenorganisatie aan de minister jaarlijks bij het indienen van de steunaanvraag, vanaf het jaar waarin de installatie een jaar in gebruik is, de energiebalans waaruit blijkt dat er geen warmte of elektriciteit is geleverd aan derden.
4. In afwijking van het eerste lid is het toegestaan om de uitgaven voor investeringen in een energiebesparende installatie, waarmee geen energie wordt opgewekt, in één keer ten laste van het actiefonds te brengen, indien de producentenorganisatie aan de minister aantoont dat de investering niet leidt tot het leveren van energie aan derden.
5. Dit artikel is van toepassing op investeringen gedaan op of na 10 september 2011.
2. Indien de totale hoeveelheid aan derden geleverde energie die wordt opgewekt met de in het eerste lid bedoelde installatie groter is dan de totale hoeveelheid energie die door het lid waar de investering is geplaatst van energieleveranciers is afgenomen, wordt de opbrengst van de netto energielevering aan derden van energie die wordt opgewekt met de in het eerste lid bedoelde installatie lineair over een periode van vijf jaar in mindering gebracht op de in het eerste lid bedoelde uitgaven.
3. Wanneer de energie die wordt opgewekt met de in het eerste lid bedoelde installatie uitsluitend op het teeltbedrijf zelf gebruikt wordt, overlegt de producentenorganisatie aan de minister jaarlijks bij het indienen van de steunaanvraag, vanaf het jaar waarin de installatie een jaar in gebruik is, de energiebalans waaruit blijkt dat er geen warmte of elektriciteit is geleverd aan derden.
4. In afwijking van het eerste lid is het toegestaan om de uitgaven voor investeringen in een energiebesparende installatie, waarmee geen energie wordt opgewekt, in één keer ten laste van het actiefonds te brengen, indien de producentenorganisatie aan de minister aantoont dat de investering niet leidt tot het leveren van energie aan derden.
5. Dit artikel is van toepassing op investeringen gedaan op of na 10 september 2011.