BWBR0034320
Geldig vanaf 2017-01-01
Artikel 61
Regeling uitvoering GMO groenten en fruit
1. De producentenorganisatie onderbouwt de loonkosten, bedoeld in artikel 56, onderdeel a, van de subsidiabele activiteiten aan de hand van uurtarieven op basis van het jaarsalaris van de betreffende medewerkers.
2. In het uurtarief, bedoeld in het eerste lid, kan worden opgenomen:
a. het contractueel of bij CAO overeengekomen brutoloon;
b. een bij contract of CAO overeengekomen niet winstafhankelijke dertiende maand;
c. een onregelmatigheidstoeslag;
d. een ploegentoeslag;
e. het werkgeversdeel sociale verzekeringswetten;
f. de voor rekening van de werkgever komende kosten voor de ziektekostenverzekering;
g. het werkgeversdeel pensioen en vervroegde uittreding, en
h. dotaties aan pensioenvoorzieningen voor zover onderbouwd kan worden dat hier rechtens afdwingbare verplichtingen tegenover staan.
3. Ten behoeve van de berekening van het uurtarief, bedoeld in het eerste lid, wordt het jaarsalaris gedeeld door:
a. 1.720 uur in het geval van een overeengekomen werkweek 40 uur, of
b. het aantal uur dat de overeengekomen werkweek bedraagt vermenigvuldigd met 43 werkweken in het geval de overeengekomen werkweek minder dan 40 uur bedraagt.
4. Overwerktoeslagen worden niet het in het eerste lid bedoelde uurtarief opgenomen.
5. De producentenorganisatie overlegt bij de indiening van operationeel programma van één personeelslid een voorbeeld van de berekening aan de minister.
2. In het uurtarief, bedoeld in het eerste lid, kan worden opgenomen:
a. het contractueel of bij CAO overeengekomen brutoloon;
b. een bij contract of CAO overeengekomen niet winstafhankelijke dertiende maand;
c. een onregelmatigheidstoeslag;
d. een ploegentoeslag;
e. het werkgeversdeel sociale verzekeringswetten;
f. de voor rekening van de werkgever komende kosten voor de ziektekostenverzekering;
g. het werkgeversdeel pensioen en vervroegde uittreding, en
h. dotaties aan pensioenvoorzieningen voor zover onderbouwd kan worden dat hier rechtens afdwingbare verplichtingen tegenover staan.
3. Ten behoeve van de berekening van het uurtarief, bedoeld in het eerste lid, wordt het jaarsalaris gedeeld door:
a. 1.720 uur in het geval van een overeengekomen werkweek 40 uur, of
b. het aantal uur dat de overeengekomen werkweek bedraagt vermenigvuldigd met 43 werkweken in het geval de overeengekomen werkweek minder dan 40 uur bedraagt.
4. Overwerktoeslagen worden niet het in het eerste lid bedoelde uurtarief opgenomen.
5. De producentenorganisatie overlegt bij de indiening van operationeel programma van één personeelslid een voorbeeld van de berekening aan de minister.