BWBR0034320
Geldig vanaf 2017-01-01
Artikel 293
Regeling uitvoering GMO groenten en fruit
1. Een producentenorganisatie die in enig jaar een goedgekeurd operationeel programma uitvoert kan de minister uiterlijk op de volgende data om betaling van een voorschot als bedoeld in artikel 71, eerste lid, van verordening 543/2011verzoeken:
a. eerste voorschot: 31 januari;
b. tweede voorschot: 31 mei, en
c. derde voorschot: 30 september
2. In een verzoek om een voorschot als bedoeld in het eerste lid wordt:
a. het bedrag van het verzochte voorschot genoemd, en
b. een onderbouwing opgenomen aan de hand van een reële raming van de verwachte uitgaven.
3. Een producentenorganisatie die om een voorschot als bedoeld in het eerste lid verzoekt, is ook verplicht om voor de tweede en derde termijn van het betreffende jaar een voorschot te verzoeken.
4. Ten behoeve van ieder volgend voorschot overlegt de producentenorganisatie de volgende bewijsstukken aan de minister:
a. de kwartaalrapportage, en
b. de detailstaat betalingen en afschrijvingen.
5. De producentenorganisatie laat een extern accountant een controle uitvoeren op de juistheid van de bedragen opgenomen in de bewijsstukken, bedoeld in het vierde lid.
6. De in het eerste en tweede lid bedoelde accountant stelt op basis van de door hem uitgevoerde controle, met gebruikmaking van een door de minister vastgesteld model, een controleverklaring op en waarmerkt de in het vierde lid bedoelde bewijsstukken.
7. De bewijsstukken, bedoeld in het vierde en zesde lid, worden uiterlijk op de volgende data aan de minister overlegd:
a. eerste rapportage: 1 juli van het jaar waarop het verstrekte voorschot betrekking heeft, en
b. tweede rapportage: 31 oktober van het jaar waarop het verstrekte voorschot betrekking heeft.
a. eerste voorschot: 31 januari;
b. tweede voorschot: 31 mei, en
c. derde voorschot: 30 september
2. In een verzoek om een voorschot als bedoeld in het eerste lid wordt:
a. het bedrag van het verzochte voorschot genoemd, en
b. een onderbouwing opgenomen aan de hand van een reële raming van de verwachte uitgaven.
3. Een producentenorganisatie die om een voorschot als bedoeld in het eerste lid verzoekt, is ook verplicht om voor de tweede en derde termijn van het betreffende jaar een voorschot te verzoeken.
4. Ten behoeve van ieder volgend voorschot overlegt de producentenorganisatie de volgende bewijsstukken aan de minister:
a. de kwartaalrapportage, en
b. de detailstaat betalingen en afschrijvingen.
5. De producentenorganisatie laat een extern accountant een controle uitvoeren op de juistheid van de bedragen opgenomen in de bewijsstukken, bedoeld in het vierde lid.
6. De in het eerste en tweede lid bedoelde accountant stelt op basis van de door hem uitgevoerde controle, met gebruikmaking van een door de minister vastgesteld model, een controleverklaring op en waarmerkt de in het vierde lid bedoelde bewijsstukken.
7. De bewijsstukken, bedoeld in het vierde en zesde lid, worden uiterlijk op de volgende data aan de minister overlegd:
a. eerste rapportage: 1 juli van het jaar waarop het verstrekte voorschot betrekking heeft, en
b. tweede rapportage: 31 oktober van het jaar waarop het verstrekte voorschot betrekking heeft.