BWBR0034320
Geldig vanaf 2017-01-01
Artikel 104
Regeling uitvoering GMO groenten en fruit
1. Uitgaven voor investeringen in het kader van het programma ‘Kas als Energiebron’ of ‘Het nieuwe telen’ zijn subsidiabel indien:
a. de specificatie van de investering een reductie van het energieverbruik uit fossiele brandstoffen of energie ingekocht op het net van minimaal 25% geeft;
b. het gaat om installaties ten behoeve van semi-gesloten kassen die een combinatie vormen van: 1° buitenluchtaanzuiging in combinatie met een tweede beweegbaar energiescherm;
2° energiebesparend ventilatiesysteem met warmteterugwinning of voorverwarming;
3° luchtbehandelingsystemen ter ontvochtiging van lucht;
4° hogedrukvernevelingsysteem met een adiabatische koeling waarbij de druppelgrootte 5 tot maximaal 15 micron bedraagt;
5° warmtewisselingsysteem;
6° warmtepomp;
7° seizoensopslagsysteem voor warmte en koude;
8° warmtebuffertank;
9° tweede energiescherm, waarbij de energiebesparing met het doek dicht minimaal 45% bedraagt;
10° eerste energiescherm voor bedrijven met een verbruik van minder dan 25 Nm3 aardgasequivalent/m2, waarbij de energiebesparing met het doek dicht minimaal 35% bedraagt, of
11° gevelscherm, waarbij de energiebesparing met het scherm dicht minimaal 40% bedraagt.
1° buitenluchtaanzuiging in combinatie met een tweede beweegbaar energiescherm;
2° energiebesparend ventilatiesysteem met warmteterugwinning of voorverwarming;
3° luchtbehandelingsystemen ter ontvochtiging van lucht;
4° hogedrukvernevelingsysteem met een adiabatische koeling waarbij de druppelgrootte 5 tot maximaal 15 micron bedraagt;
5° warmtewisselingsysteem;
6° warmtepomp;
7° seizoensopslagsysteem voor warmte en koude;
8° warmtebuffertank;
9° tweede energiescherm, waarbij de energiebesparing met het doek dicht minimaal 45% bedraagt;
10° eerste energiescherm voor bedrijven met een verbruik van minder dan 25 Nm3 aardgasequivalent/m2, waarbij de energiebesparing met het doek dicht minimaal 35% bedraagt, of
11° gevelscherm, waarbij de energiebesparing met het scherm dicht minimaal 40% bedraagt.
2. In afwijking van het eerste lid kan de minister in uitzonderlijke gevallen een reductie van het energieverbruik uit fossiele brandstoffen of energie ingekocht op het net van minimaal 10% toestaan, indien de activiteit andere milieuvoordelen waarborgt.
3. Het scherm, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, onder 9 tot en met 11, is geen scherm voor lichtafscherming.
4. De vervanging van bestaande schermen, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, onder 9 tot en met 11, is niet subsidiabel.
a. de specificatie van de investering een reductie van het energieverbruik uit fossiele brandstoffen of energie ingekocht op het net van minimaal 25% geeft;
b. het gaat om installaties ten behoeve van semi-gesloten kassen die een combinatie vormen van: 1° buitenluchtaanzuiging in combinatie met een tweede beweegbaar energiescherm;
2° energiebesparend ventilatiesysteem met warmteterugwinning of voorverwarming;
3° luchtbehandelingsystemen ter ontvochtiging van lucht;
4° hogedrukvernevelingsysteem met een adiabatische koeling waarbij de druppelgrootte 5 tot maximaal 15 micron bedraagt;
5° warmtewisselingsysteem;
6° warmtepomp;
7° seizoensopslagsysteem voor warmte en koude;
8° warmtebuffertank;
9° tweede energiescherm, waarbij de energiebesparing met het doek dicht minimaal 45% bedraagt;
10° eerste energiescherm voor bedrijven met een verbruik van minder dan 25 Nm3 aardgasequivalent/m2, waarbij de energiebesparing met het doek dicht minimaal 35% bedraagt, of
11° gevelscherm, waarbij de energiebesparing met het scherm dicht minimaal 40% bedraagt.
1° buitenluchtaanzuiging in combinatie met een tweede beweegbaar energiescherm;
2° energiebesparend ventilatiesysteem met warmteterugwinning of voorverwarming;
3° luchtbehandelingsystemen ter ontvochtiging van lucht;
4° hogedrukvernevelingsysteem met een adiabatische koeling waarbij de druppelgrootte 5 tot maximaal 15 micron bedraagt;
5° warmtewisselingsysteem;
6° warmtepomp;
7° seizoensopslagsysteem voor warmte en koude;
8° warmtebuffertank;
9° tweede energiescherm, waarbij de energiebesparing met het doek dicht minimaal 45% bedraagt;
10° eerste energiescherm voor bedrijven met een verbruik van minder dan 25 Nm3 aardgasequivalent/m2, waarbij de energiebesparing met het doek dicht minimaal 35% bedraagt, of
11° gevelscherm, waarbij de energiebesparing met het scherm dicht minimaal 40% bedraagt.
2. In afwijking van het eerste lid kan de minister in uitzonderlijke gevallen een reductie van het energieverbruik uit fossiele brandstoffen of energie ingekocht op het net van minimaal 10% toestaan, indien de activiteit andere milieuvoordelen waarborgt.
3. Het scherm, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, onder 9 tot en met 11, is geen scherm voor lichtafscherming.
4. De vervanging van bestaande schermen, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, onder 9 tot en met 11, is niet subsidiabel.