BWBR0034320
Geldig vanaf 2017-01-01
Artikel 29
Regeling uitvoering GMO groenten en fruit
1. De producentenorganisatie overlegt jaarlijks voor 1 maart de volgende stukken aan de minister:
a. een uittreksel uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel;
b. de verslagen van de in het afgelopen boekjaar gehouden algemene vergaderingen;
c. een beschrijving van het afzetbeleid en de evaluatie, bedoeld artikel 20, vijfde lid;
d. de evaluatie, bedoeld in artikel 13, zevende lid;
e. de evaluatie, bedoeld in artikel 21, vijfde lid, en
f. de jaarrekening over het afgelopen boekjaar.
2. De producentenorganisatie overlegt, indien de statuten of de huishoudelijke reglementen van de producentenorganisatie gedurende een kalenderjaar gewijzigd zijn, voor 1 maart van het kalenderjaar volgend op het jaar waarin de wijziging heeft plaatsgevonden aan de minister de gewijzigde statuten of de gewijzigde huishoudelijke reglementen van de producentenorganisatie.
3. De producentenorganisatie rapporteert jaarlijks uiterlijk op 1 juni van het eerste jaar na het jaar waarop de controles, bedoeld in artikel 13, derde lid, betrekking hebben, aan de minister:
a. de namen van bij de producentenorganisatie aangesloten leden die weigeren om de in artikel 13, derde lid, onderdeel a, bedoelde verklaring te overleggen;
b. de namen van bij de producentenorganisatie uitgetreden leden die weigeren om de verklaring, bedoeld in artikel 13, derde lid, onderdeel a, te overleggen;
c. de voorlopige bevindingen van de producentenorganisatie over de naleving van artikel 160 van verordening 1308/2013 door haar leden, en
d. de door de producentenorganisatie opgelegde sancties wegens niet naleving van artikel 160 van verordening 1308/2013 door haar leden.
4. De producentenorganisatie rapporteert jaarlijks uiterlijk op 1 april van het tweede jaar na het jaar waarop het in artikel 13, vierde lid, bedoelde onderzoek betrekking heeft aan de minister:
a. de aantallen producenten per productgroep die aan een onderzoek door een accountant als bedoeld in artikel 13, vierde lid, zijn onderworpen, alsmede hun afzonderlijke omzetcijfers;
b. de door de accountant op grond van het in artikel 13, vierde lid, bedoelde onderzoek gerapporteerde afwijkende bevindingen, en
c. de door de producentenorganisatie naar aanleiding van de in onderdeel b bedoelde afwijkende bevindingen getroffen of te treffen corrigerende maatregelen.
5. De producentenorganisatie overlegt jaarlijks uiterlijk op 1 juni, met gebruikmaking van een door de minister beschikbaar gesteld middel, aan de minister een samenvattend overzicht van:
a. de door de leden op grond van artikel 13, derde lid, onderdeel a, onder 1° tot en met 4°, aan de producentenorganisatie verstrekte informatie;
b. het areaal van de leden van de producentenorganisatie;
c. de door de leden van de producentenorganisatie geteelde gewassen;
d. de hoeveelheden product waarvoor aan de leden een toestemming op grond van artikel 26 bis van verordening 543/2011 is verleend, en
e. de omzet van de producentenorganisatie.
a. een uittreksel uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel;
b. de verslagen van de in het afgelopen boekjaar gehouden algemene vergaderingen;
c. een beschrijving van het afzetbeleid en de evaluatie, bedoeld artikel 20, vijfde lid;
d. de evaluatie, bedoeld in artikel 13, zevende lid;
e. de evaluatie, bedoeld in artikel 21, vijfde lid, en
f. de jaarrekening over het afgelopen boekjaar.
2. De producentenorganisatie overlegt, indien de statuten of de huishoudelijke reglementen van de producentenorganisatie gedurende een kalenderjaar gewijzigd zijn, voor 1 maart van het kalenderjaar volgend op het jaar waarin de wijziging heeft plaatsgevonden aan de minister de gewijzigde statuten of de gewijzigde huishoudelijke reglementen van de producentenorganisatie.
3. De producentenorganisatie rapporteert jaarlijks uiterlijk op 1 juni van het eerste jaar na het jaar waarop de controles, bedoeld in artikel 13, derde lid, betrekking hebben, aan de minister:
a. de namen van bij de producentenorganisatie aangesloten leden die weigeren om de in artikel 13, derde lid, onderdeel a, bedoelde verklaring te overleggen;
b. de namen van bij de producentenorganisatie uitgetreden leden die weigeren om de verklaring, bedoeld in artikel 13, derde lid, onderdeel a, te overleggen;
c. de voorlopige bevindingen van de producentenorganisatie over de naleving van artikel 160 van verordening 1308/2013 door haar leden, en
d. de door de producentenorganisatie opgelegde sancties wegens niet naleving van artikel 160 van verordening 1308/2013 door haar leden.
4. De producentenorganisatie rapporteert jaarlijks uiterlijk op 1 april van het tweede jaar na het jaar waarop het in artikel 13, vierde lid, bedoelde onderzoek betrekking heeft aan de minister:
a. de aantallen producenten per productgroep die aan een onderzoek door een accountant als bedoeld in artikel 13, vierde lid, zijn onderworpen, alsmede hun afzonderlijke omzetcijfers;
b. de door de accountant op grond van het in artikel 13, vierde lid, bedoelde onderzoek gerapporteerde afwijkende bevindingen, en
c. de door de producentenorganisatie naar aanleiding van de in onderdeel b bedoelde afwijkende bevindingen getroffen of te treffen corrigerende maatregelen.
5. De producentenorganisatie overlegt jaarlijks uiterlijk op 1 juni, met gebruikmaking van een door de minister beschikbaar gesteld middel, aan de minister een samenvattend overzicht van:
a. de door de leden op grond van artikel 13, derde lid, onderdeel a, onder 1° tot en met 4°, aan de producentenorganisatie verstrekte informatie;
b. het areaal van de leden van de producentenorganisatie;
c. de door de leden van de producentenorganisatie geteelde gewassen;
d. de hoeveelheden product waarvoor aan de leden een toestemming op grond van artikel 26 bis van verordening 543/2011 is verleend, en
e. de omzet van de producentenorganisatie.