BWBR0034320
Geldig vanaf 2017-01-01
Artikel 47
Regeling uitvoering GMO groenten en fruit
1. De gedetailleerde beschrijving, bedoeld in artikel 59, onderdeel c, van verordening 543/2011, bevat per strategisch doel een plan dat de volgende onderdelen bevat:
a. de meetbare streefdoelen die de producentenorganisatie in het kader van het strategisch doel beoogt te realiseren;
b. een onderbouwing van de gekozen en niet gekozen meetbare streefdoelen van de producentenorganisatie aan de hand van de SWOT analyse, bedoeld in artikel 45;
c. per meetbaar streefdoel van de producentenorganisatie: 1° een meetbare en controleerbare nulsituatie, voor zover mogelijk gebaseerd op de gemeenschappelijke uitgangsindicatoren, bedoeld in bijlage VIII van verordening 543/2011;
2° de percentages of cijfers, voor zover mogelijk uitgedrukt in dezelfde eenheid als de gekwantificeerde streefdoelen, die de producentenorganisatie aan het eind van de looptijd van het operationele programma nastreeft;
3° alle projecten waarmee de realisatie van het streefdoel van de producentenorganisatie wordt nagestreefd;
1° een meetbare en controleerbare nulsituatie, voor zover mogelijk gebaseerd op de gemeenschappelijke uitgangsindicatoren, bedoeld in bijlage VIII van verordening 543/2011;
2° de percentages of cijfers, voor zover mogelijk uitgedrukt in dezelfde eenheid als de gekwantificeerde streefdoelen, die de producentenorganisatie aan het eind van de looptijd van het operationele programma nastreeft;
3° alle projecten waarmee de realisatie van het streefdoel van de producentenorganisatie wordt nagestreefd;
d. per project: 1° een omschrijving van het project;
2° een omschrijving en onderbouwing van de verwachte bijdrage, absoluut of relatief, van het project aan de realisatie van de meetbare streefdoelen van de producentenorganisatie,
3° een onderbouwing van het vernieuwende karakter van het project, en
4° de subsidiabele activiteiten die in het kader van project worden ingezet om de meetbare streefdoelen van de producentenorganisatie te realiseren;
1° een omschrijving van het project;
2° een omschrijving en onderbouwing van de verwachte bijdrage, absoluut of relatief, van het project aan de realisatie van de meetbare streefdoelen van de producentenorganisatie,
3° een onderbouwing van het vernieuwende karakter van het project, en
4° de subsidiabele activiteiten die in het kader van project worden ingezet om de meetbare streefdoelen van de producentenorganisatie te realiseren;
e. per subsidiabele activiteit: 1° een omschrijving van de activiteit;
2° een omschrijving en onderbouwing van de verwachte bijdrage, absoluut of relatief, van de activiteit aan de realisatie van de meetbare streefdoelen van de producentenorganisatie;
3° een onderbouwing van de subsidiariteit van de activiteit en de bijbehorende uitgavenposten;
4° per uitvoeringsjaar van het operationeel programma een planning van werkzaamheden voor de activiteit, en
5° per uitvoeringsjaar van het operationeel programma een begroting voor de activiteit onderbouwd aan de hand van: i. minimaal drie kostenbegrotingen per uitgavenpost voor uitgavenposten die betrekking hebben op het eerste jaar van het operationeel programma, en
ii. minimaal één kostenbegroting per uitgavenpost voor uitgavenposten die betrekking hebben op de volgende jaren van het operationeel programma
i. minimaal drie kostenbegrotingen per uitgavenpost voor uitgavenposten die betrekking hebben op het eerste jaar van het operationeel programma, en
ii. minimaal één kostenbegroting per uitgavenpost voor uitgavenposten die betrekking hebben op de volgende jaren van het operationeel programma
1° een omschrijving van de activiteit;
2° een omschrijving en onderbouwing van de verwachte bijdrage, absoluut of relatief, van de activiteit aan de realisatie van de meetbare streefdoelen van de producentenorganisatie;
3° een onderbouwing van de subsidiariteit van de activiteit en de bijbehorende uitgavenposten;
4° per uitvoeringsjaar van het operationeel programma een planning van werkzaamheden voor de activiteit, en
5° per uitvoeringsjaar van het operationeel programma een begroting voor de activiteit onderbouwd aan de hand van: i. minimaal drie kostenbegrotingen per uitgavenpost voor uitgavenposten die betrekking hebben op het eerste jaar van het operationeel programma, en
ii. minimaal één kostenbegroting per uitgavenpost voor uitgavenposten die betrekking hebben op de volgende jaren van het operationeel programma
i. minimaal drie kostenbegrotingen per uitgavenpost voor uitgavenposten die betrekking hebben op het eerste jaar van het operationeel programma, en
ii. minimaal één kostenbegroting per uitgavenpost voor uitgavenposten die betrekking hebben op de volgende jaren van het operationeel programma
2. De meetbare streefdoelen:
a. sluiten geheel of gedeeltelijk aan bij de gekwantificeerde streefdoelen, en
b. dragen bij aan de realisatie van de gekwantificeerde streefdoelen.
3. Een project heeft een vernieuwend karakter als bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, onder 3°, wanneer de producentenorganisatie kan aantonen dat zij gedurende de looptijd van het voorafgaande operationele programma geen planmatige of bewuste activiteiten heeft ondernomen op het gebied van het betreffende project.
4. In afwijking van het eerste lid, onderdeel d, onder 3° geldt het vereiste dat een project een vernieuwend karakter moet hebben niet voor:
a. maatregelen als bedoeld in artikel 19, onderdeel g, onder vi en vii, van verordening (EU) nr. 543/2011, en
b. het jaar 2017 voor activiteiten die subsidiabel zijn op grond van de artikelen 128 tot en met 131.
5. De uitgavenposten die in het operationeel programma zijn opgenomen voor de jaren na het eerste jaar van het operationeel programma worden jaarlijks door middel van een verzoek tot wijziging van het operationeel programma, als bedoeld in artikel 65, eerste lid, van verordening 543/2011, onderbouwd door middel van minimaal drie kostenbegrotingen per uitgavenpost.
6. In afwijking van het eerste lid, onderdeel e, onder 5°, en het vijfde lid, wordt een begroting voor een uitgavenpost voor activiteit waarvan de uitgaven in een uitvoeringsjaar worden geraamd op minder dan € 25.000 onderbouwd aan de hand van een enkele kostenbegroting.
7. Indien een uitgavenpost voor een activiteit aantoonbaar niet door meer dan twee partijen kan worden uitgevoerd wordt een kostenbegroting, in afwijking van het eerste lid, onderdeel e, onder 5°, en het vijfde lid, onderbouwd met de beschikbare kostenbegrotingen.
a. de meetbare streefdoelen die de producentenorganisatie in het kader van het strategisch doel beoogt te realiseren;
b. een onderbouwing van de gekozen en niet gekozen meetbare streefdoelen van de producentenorganisatie aan de hand van de SWOT analyse, bedoeld in artikel 45;
c. per meetbaar streefdoel van de producentenorganisatie: 1° een meetbare en controleerbare nulsituatie, voor zover mogelijk gebaseerd op de gemeenschappelijke uitgangsindicatoren, bedoeld in bijlage VIII van verordening 543/2011;
2° de percentages of cijfers, voor zover mogelijk uitgedrukt in dezelfde eenheid als de gekwantificeerde streefdoelen, die de producentenorganisatie aan het eind van de looptijd van het operationele programma nastreeft;
3° alle projecten waarmee de realisatie van het streefdoel van de producentenorganisatie wordt nagestreefd;
1° een meetbare en controleerbare nulsituatie, voor zover mogelijk gebaseerd op de gemeenschappelijke uitgangsindicatoren, bedoeld in bijlage VIII van verordening 543/2011;
2° de percentages of cijfers, voor zover mogelijk uitgedrukt in dezelfde eenheid als de gekwantificeerde streefdoelen, die de producentenorganisatie aan het eind van de looptijd van het operationele programma nastreeft;
3° alle projecten waarmee de realisatie van het streefdoel van de producentenorganisatie wordt nagestreefd;
d. per project: 1° een omschrijving van het project;
2° een omschrijving en onderbouwing van de verwachte bijdrage, absoluut of relatief, van het project aan de realisatie van de meetbare streefdoelen van de producentenorganisatie,
3° een onderbouwing van het vernieuwende karakter van het project, en
4° de subsidiabele activiteiten die in het kader van project worden ingezet om de meetbare streefdoelen van de producentenorganisatie te realiseren;
1° een omschrijving van het project;
2° een omschrijving en onderbouwing van de verwachte bijdrage, absoluut of relatief, van het project aan de realisatie van de meetbare streefdoelen van de producentenorganisatie,
3° een onderbouwing van het vernieuwende karakter van het project, en
4° de subsidiabele activiteiten die in het kader van project worden ingezet om de meetbare streefdoelen van de producentenorganisatie te realiseren;
e. per subsidiabele activiteit: 1° een omschrijving van de activiteit;
2° een omschrijving en onderbouwing van de verwachte bijdrage, absoluut of relatief, van de activiteit aan de realisatie van de meetbare streefdoelen van de producentenorganisatie;
3° een onderbouwing van de subsidiariteit van de activiteit en de bijbehorende uitgavenposten;
4° per uitvoeringsjaar van het operationeel programma een planning van werkzaamheden voor de activiteit, en
5° per uitvoeringsjaar van het operationeel programma een begroting voor de activiteit onderbouwd aan de hand van: i. minimaal drie kostenbegrotingen per uitgavenpost voor uitgavenposten die betrekking hebben op het eerste jaar van het operationeel programma, en
ii. minimaal één kostenbegroting per uitgavenpost voor uitgavenposten die betrekking hebben op de volgende jaren van het operationeel programma
i. minimaal drie kostenbegrotingen per uitgavenpost voor uitgavenposten die betrekking hebben op het eerste jaar van het operationeel programma, en
ii. minimaal één kostenbegroting per uitgavenpost voor uitgavenposten die betrekking hebben op de volgende jaren van het operationeel programma
1° een omschrijving van de activiteit;
2° een omschrijving en onderbouwing van de verwachte bijdrage, absoluut of relatief, van de activiteit aan de realisatie van de meetbare streefdoelen van de producentenorganisatie;
3° een onderbouwing van de subsidiariteit van de activiteit en de bijbehorende uitgavenposten;
4° per uitvoeringsjaar van het operationeel programma een planning van werkzaamheden voor de activiteit, en
5° per uitvoeringsjaar van het operationeel programma een begroting voor de activiteit onderbouwd aan de hand van: i. minimaal drie kostenbegrotingen per uitgavenpost voor uitgavenposten die betrekking hebben op het eerste jaar van het operationeel programma, en
ii. minimaal één kostenbegroting per uitgavenpost voor uitgavenposten die betrekking hebben op de volgende jaren van het operationeel programma
i. minimaal drie kostenbegrotingen per uitgavenpost voor uitgavenposten die betrekking hebben op het eerste jaar van het operationeel programma, en
ii. minimaal één kostenbegroting per uitgavenpost voor uitgavenposten die betrekking hebben op de volgende jaren van het operationeel programma
2. De meetbare streefdoelen:
a. sluiten geheel of gedeeltelijk aan bij de gekwantificeerde streefdoelen, en
b. dragen bij aan de realisatie van de gekwantificeerde streefdoelen.
3. Een project heeft een vernieuwend karakter als bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, onder 3°, wanneer de producentenorganisatie kan aantonen dat zij gedurende de looptijd van het voorafgaande operationele programma geen planmatige of bewuste activiteiten heeft ondernomen op het gebied van het betreffende project.
4. In afwijking van het eerste lid, onderdeel d, onder 3° geldt het vereiste dat een project een vernieuwend karakter moet hebben niet voor:
a. maatregelen als bedoeld in artikel 19, onderdeel g, onder vi en vii, van verordening (EU) nr. 543/2011, en
b. het jaar 2017 voor activiteiten die subsidiabel zijn op grond van de artikelen 128 tot en met 131.
5. De uitgavenposten die in het operationeel programma zijn opgenomen voor de jaren na het eerste jaar van het operationeel programma worden jaarlijks door middel van een verzoek tot wijziging van het operationeel programma, als bedoeld in artikel 65, eerste lid, van verordening 543/2011, onderbouwd door middel van minimaal drie kostenbegrotingen per uitgavenpost.
6. In afwijking van het eerste lid, onderdeel e, onder 5°, en het vijfde lid, wordt een begroting voor een uitgavenpost voor activiteit waarvan de uitgaven in een uitvoeringsjaar worden geraamd op minder dan € 25.000 onderbouwd aan de hand van een enkele kostenbegroting.
7. Indien een uitgavenpost voor een activiteit aantoonbaar niet door meer dan twee partijen kan worden uitgevoerd wordt een kostenbegroting, in afwijking van het eerste lid, onderdeel e, onder 5°, en het vijfde lid, onderbouwd met de beschikbare kostenbegrotingen.