BWBR0034320
Geldig vanaf 2017-01-01
Artikel 300
Regeling uitvoering GMO groenten en fruit
1. De producentenorganisatie overlegt in het laatste uitvoeringsjaar van het operationeel programma uiterlijk op 15 februari, met gebruikmaking van een door de minister beschikbaar gesteld middel, een tussenevaluatie als bedoeld in artikel 126, derde lid, van verordening 543/2011aan de minister.
2. Ter uitvoering van artikel 126, derde lid, van verordening 543/2011 bevat de tussentijdse evaluatie in ieder geval de volgende onderdelen:
a. een beschrijving van de geplande en daadwerkelijke gedurende de looptijd van het operationeel programma uitgevoerde projecten en activiteiten, bedoeld in artikel 47, eerste lid, onderdelen d en e;
b. een motivering van afwijkingen tussen geplande en daadwerkelijke uitgevoerde projecten en activiteiten als bedoeld in onderdeel a;
c. een beschrijving per project en activiteit van de geplande en gedurende de looptijd van het operationeel programma daadwerkelijk bereikte realisatie van de in het goedgekeurde operationele programma vastgestelde meetbare streefdoelen als bedoeld in artikel 47, eerste lid, onderdeel c;
d. een motivering van afwijkingen tussen geplande en de daadwerkelijk bereikte realisatie, bedoeld in onderdeel c;
e. een beschrijving van de bijdrage die de uitvoering van het operationeel programma gedurende haar looptijd geleverd heeft aan de realisatie van het operationeel programma, met name de strategische doelen, bedoeld in artikel 43, eerste en tweede lid;
f. een beschrijving van de begrote en daadwerkelijke benutting van het actiefonds gedurende de looptijd van het operationeel programma;
g. een motivering van afwijkingen tussen begrote en de daadwerkelijk bereikte benutting van het actiefonds, en
h. een beschrijving van de wijzigingen van het operationele programma als gevolg van de afwijkingen, bedoeld in onderdeel b, d en f.
3. Indien de looptijd van een operationeel programma is verlengd op grond van artikel 65, eerste lid, van verordening 543/2011 behoeft de tussenevaluatie slechts één maal te worden uitgevoerd.
2. Ter uitvoering van artikel 126, derde lid, van verordening 543/2011 bevat de tussentijdse evaluatie in ieder geval de volgende onderdelen:
a. een beschrijving van de geplande en daadwerkelijke gedurende de looptijd van het operationeel programma uitgevoerde projecten en activiteiten, bedoeld in artikel 47, eerste lid, onderdelen d en e;
b. een motivering van afwijkingen tussen geplande en daadwerkelijke uitgevoerde projecten en activiteiten als bedoeld in onderdeel a;
c. een beschrijving per project en activiteit van de geplande en gedurende de looptijd van het operationeel programma daadwerkelijk bereikte realisatie van de in het goedgekeurde operationele programma vastgestelde meetbare streefdoelen als bedoeld in artikel 47, eerste lid, onderdeel c;
d. een motivering van afwijkingen tussen geplande en de daadwerkelijk bereikte realisatie, bedoeld in onderdeel c;
e. een beschrijving van de bijdrage die de uitvoering van het operationeel programma gedurende haar looptijd geleverd heeft aan de realisatie van het operationeel programma, met name de strategische doelen, bedoeld in artikel 43, eerste en tweede lid;
f. een beschrijving van de begrote en daadwerkelijke benutting van het actiefonds gedurende de looptijd van het operationeel programma;
g. een motivering van afwijkingen tussen begrote en de daadwerkelijk bereikte benutting van het actiefonds, en
h. een beschrijving van de wijzigingen van het operationele programma als gevolg van de afwijkingen, bedoeld in onderdeel b, d en f.
3. Indien de looptijd van een operationeel programma is verlengd op grond van artikel 65, eerste lid, van verordening 543/2011 behoeft de tussenevaluatie slechts één maal te worden uitgevoerd.