BWBR0034320
Geldig vanaf 2017-01-01
Artikel 2
Regeling uitvoering GMO groenten en fruit
1. De minister wordt aangewezen als bevoegde nationale autoriteit als bedoeld in artikel 38, onder b, van verordening 1308/2013.
2. De minister wordt aangewezen als bevoegde autoriteit als bedoeld in de artikelen 51, vierde lid, 63, eerste lid, 64, 65, derde lid, 66, tweede tot en met vierde lid, 69, eerste en vierde lid, 78, eerste lid, 85, tweede lid, 96, eerste lid, 98, eerste en derde lid, 104, tweede lid, 108, tweede en derde lid, 109, zesde lid, 143, onderdeel b, 146, eerste lid, 147, 148 en bijlage IX, onderdeel 1, vijfde gedachtestreepje, van verordening 543/2011.
3. De minister wordt aangewezen als lidstaat als bedoeld in de artikelen 32, tweede lid, 33, 34, vierde lid, 36, eerste en tweede lid, artikel 152, eerste en derde lid, artikel 154, eerste, tweede en derde lid van verordening 1308/2013 en de artikelen 20, 21, 22, eerste lid, 23, 28, tweede lid, 29, tweede lid, 30, 31, 33, eerste lid, 34, 35, tweede lid, 50, vierde lid, 51, tweede en zesde lid, 52, 54, eerste lid, 55, vierde lid, 56, eerste lid, 57, 60, tweede en zesde lid, 62, eerste en derde lid, 63, eerste lid, 65, eerste lid, 66, eerste en vierde lid, 68 eerste en tweede lid, 70, 71, eerste tot en met derde en zesde lid, 72, 73, 78, tweede en derde lid, 80, 83, eerste lid, 85, eerste en vierde lid, 86, eerste lid, 87, 89, eerste en tweede lid, 90, eerste en vierde lid, 96, vijfde lid, 97, 98, tweede lid, 99, 100, 101, 104, eerste lid, 105, eerste en derde lid, 106, eerste, derde en vierde lid, 107, eerste, tot en met derde lid, 108, eerste en derde lid, 109, eerste lid, 110 tot en met 115, 117, tweede lid, 125, derde lid,127, tweede lid, 132, tweede lid, 143, 144, 146, tweede, vierde en vijfde lid en bijlage IX, onderdelen 1 en 2, van verordening 543/2011.
2. De minister wordt aangewezen als bevoegde autoriteit als bedoeld in de artikelen 51, vierde lid, 63, eerste lid, 64, 65, derde lid, 66, tweede tot en met vierde lid, 69, eerste en vierde lid, 78, eerste lid, 85, tweede lid, 96, eerste lid, 98, eerste en derde lid, 104, tweede lid, 108, tweede en derde lid, 109, zesde lid, 143, onderdeel b, 146, eerste lid, 147, 148 en bijlage IX, onderdeel 1, vijfde gedachtestreepje, van verordening 543/2011.
3. De minister wordt aangewezen als lidstaat als bedoeld in de artikelen 32, tweede lid, 33, 34, vierde lid, 36, eerste en tweede lid, artikel 152, eerste en derde lid, artikel 154, eerste, tweede en derde lid van verordening 1308/2013 en de artikelen 20, 21, 22, eerste lid, 23, 28, tweede lid, 29, tweede lid, 30, 31, 33, eerste lid, 34, 35, tweede lid, 50, vierde lid, 51, tweede en zesde lid, 52, 54, eerste lid, 55, vierde lid, 56, eerste lid, 57, 60, tweede en zesde lid, 62, eerste en derde lid, 63, eerste lid, 65, eerste lid, 66, eerste en vierde lid, 68 eerste en tweede lid, 70, 71, eerste tot en met derde en zesde lid, 72, 73, 78, tweede en derde lid, 80, 83, eerste lid, 85, eerste en vierde lid, 86, eerste lid, 87, 89, eerste en tweede lid, 90, eerste en vierde lid, 96, vijfde lid, 97, 98, tweede lid, 99, 100, 101, 104, eerste lid, 105, eerste en derde lid, 106, eerste, derde en vierde lid, 107, eerste, tot en met derde lid, 108, eerste en derde lid, 109, eerste lid, 110 tot en met 115, 117, tweede lid, 125, derde lid,127, tweede lid, 132, tweede lid, 143, 144, 146, tweede, vierde en vijfde lid en bijlage IX, onderdelen 1 en 2, van verordening 543/2011.