BWBR0034320
Geldig vanaf 2017-01-01
Artikel 106
Regeling uitvoering GMO groenten en fruit
1. Uitgaven voor investeringen in innovatieve installaties ten behoeve van waterbesparing zijn subsidiabel indien:
a. de specificatie van de investering een reductie van het waterverbruik van minimaal 25% geeft;
b. de investeringen gericht zijn op de vervanging of de modernisering van bestaande systemen met het doel het waterverbruik te verminderen, en
c. het gaat om: 1° bodemvochtsensoren in de vollegrondsteelt, of
2° installaties gericht op het hergebruik van spoelwater bij het afleveringsklaar maken van geoogst product.
1° bodemvochtsensoren in de vollegrondsteelt, of
2° installaties gericht op het hergebruik van spoelwater bij het afleveringsklaar maken van geoogst product.
2. In afwijking van het eerste lid, onderdeel a, kan de minister in uitzonderlijke gevallen een reductie van het waterverbruik van minimaal 10% toestaan, indien de activiteit andere milieuvoordelen waarborgt.
3. Het vaststellen van waterbesparing, gemeten in m³, als gevolg van een investering als bedoeld in het eerste lid vindt plaats op basis van een vergelijking tussen:
a. het waterverbruik van de 12 maanden voorafgaand aan het jaar van inbedrijfstelling van de investering, en
b. het waterverbruik gedurende het jaar: 1° na ingebruikname van de investering, of
2° volgend op het jaar van ingebruikname, in geval van inbedrijfstelling tijdens het teeltseizoen.
1° na ingebruikname van de investering, of
2° volgend op het jaar van ingebruikname, in geval van inbedrijfstelling tijdens het teeltseizoen.
a. de specificatie van de investering een reductie van het waterverbruik van minimaal 25% geeft;
b. de investeringen gericht zijn op de vervanging of de modernisering van bestaande systemen met het doel het waterverbruik te verminderen, en
c. het gaat om: 1° bodemvochtsensoren in de vollegrondsteelt, of
2° installaties gericht op het hergebruik van spoelwater bij het afleveringsklaar maken van geoogst product.
1° bodemvochtsensoren in de vollegrondsteelt, of
2° installaties gericht op het hergebruik van spoelwater bij het afleveringsklaar maken van geoogst product.
2. In afwijking van het eerste lid, onderdeel a, kan de minister in uitzonderlijke gevallen een reductie van het waterverbruik van minimaal 10% toestaan, indien de activiteit andere milieuvoordelen waarborgt.
3. Het vaststellen van waterbesparing, gemeten in m³, als gevolg van een investering als bedoeld in het eerste lid vindt plaats op basis van een vergelijking tussen:
a. het waterverbruik van de 12 maanden voorafgaand aan het jaar van inbedrijfstelling van de investering, en
b. het waterverbruik gedurende het jaar: 1° na ingebruikname van de investering, of
2° volgend op het jaar van ingebruikname, in geval van inbedrijfstelling tijdens het teeltseizoen.
1° na ingebruikname van de investering, of
2° volgend op het jaar van ingebruikname, in geval van inbedrijfstelling tijdens het teeltseizoen.