BWBR0034320
Geldig vanaf 2017-01-01
Artikel 194
Regeling uitvoering GMO groenten en fruit
1. De producentenorganisatie voert het vernietigde gewas, indien van toepassing, of het groen geoogste product af.
2. Als toegestane bestemmingen voor de in het eerste lid bedoelde afvoer worden aangewezen:
a. afvalverwerkers, en
b. veehouders ten behoeve van vervoedering.
3. Afvalverwerkers bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, beschikken over een geldige milieuvergunning.
4. Producentenorganisaties sluiten schriftelijke overeenkomsten met afnemers als bedoeld in het tweede lid en transporteurs van de in het eerste lid bedoelde gewassen en producten waarin de afnemers en transporteurs worden verplicht:
a. tot naleving van de voorwaarden uit artikel 83, tweede lid, van verordening 543/2011;
b. bij ontvangst van de in het eerste lid bedoelde gewassen en producten de daarbij behorende door de minister ter beschikking gestelde vrachtbrief te ondertekenen, en
c. de vrachtbrief, bedoeld in onderdeel b, en de overeenkomst met de producentenorganisatie gedurende tenminste 7 kalenderjaren, volgend op het kalenderjaar waarin het verkoopseizoen eindigt, te bewaren.
5. In aanvulling op het vierde lid worden ontvangers van de gewassen en producten bedoeld in het eerste lid verplicht om deze gewassen en producten:
a. een niet voor menselijke consumptie geschikte bestemming te geven die: 1° de normale afzet van de betrokken productie niet in de weg staat, en
2° geen negatieve milieu-impact of negatieve fytosanitaire gevolgen heeft als bedoeld in artikel 80, eerste lid, van verordening 543/2011, en
1° de normale afzet van de betrokken productie niet in de weg staat, en
2° geen negatieve milieu-impact of negatieve fytosanitaire gevolgen heeft als bedoeld in artikel 80, eerste lid, van verordening 543/2011, en
b. bij ontvangst per vracht te wegen en de weegbrieven gedurende tenminste 7 kalenderjaren, volgend op het kalenderjaar waarin het verkoopseizoen eindigt, te bewaren.
2. Als toegestane bestemmingen voor de in het eerste lid bedoelde afvoer worden aangewezen:
a. afvalverwerkers, en
b. veehouders ten behoeve van vervoedering.
3. Afvalverwerkers bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, beschikken over een geldige milieuvergunning.
4. Producentenorganisaties sluiten schriftelijke overeenkomsten met afnemers als bedoeld in het tweede lid en transporteurs van de in het eerste lid bedoelde gewassen en producten waarin de afnemers en transporteurs worden verplicht:
a. tot naleving van de voorwaarden uit artikel 83, tweede lid, van verordening 543/2011;
b. bij ontvangst van de in het eerste lid bedoelde gewassen en producten de daarbij behorende door de minister ter beschikking gestelde vrachtbrief te ondertekenen, en
c. de vrachtbrief, bedoeld in onderdeel b, en de overeenkomst met de producentenorganisatie gedurende tenminste 7 kalenderjaren, volgend op het kalenderjaar waarin het verkoopseizoen eindigt, te bewaren.
5. In aanvulling op het vierde lid worden ontvangers van de gewassen en producten bedoeld in het eerste lid verplicht om deze gewassen en producten:
a. een niet voor menselijke consumptie geschikte bestemming te geven die: 1° de normale afzet van de betrokken productie niet in de weg staat, en
2° geen negatieve milieu-impact of negatieve fytosanitaire gevolgen heeft als bedoeld in artikel 80, eerste lid, van verordening 543/2011, en
1° de normale afzet van de betrokken productie niet in de weg staat, en
2° geen negatieve milieu-impact of negatieve fytosanitaire gevolgen heeft als bedoeld in artikel 80, eerste lid, van verordening 543/2011, en
b. bij ontvangst per vracht te wegen en de weegbrieven gedurende tenminste 7 kalenderjaren, volgend op het kalenderjaar waarin het verkoopseizoen eindigt, te bewaren.