BWBR0034320
Geldig vanaf 2017-01-01
Artikel 295
Regeling uitvoering GMO groenten en fruit
1. Een producentenorganisatie kan de minister uiterlijk op 1 mei, 1 augustus of 31 oktober van enig jaar verzoeken om een betaling van het gedeelte van de steun dat overeenkomt met de reeds in het kader van het operationele programma bestede en nog niet aan de producentenorganisatie betaalde bedragen, bedoeld in artikel 72 van verordening 543/2011.
2. Ter onderbouwing van het verzoek om gedeeltelijke betaling als bedoeld in het eerst lid, overlegt de producentenorganisatie de volgende bewijsstukken aan de minister:
a. een rapportage, met gebruikmaking van een door de minister beschikbaar gesteld middel, over de bij het verzoek betrokken periode, en
b. een detailstaat betalingen en afschrijvingen.
3. De producentenorganisatie laat een extern accountant een controle uitvoeren op de juistheid van de bedragen opgenomen in de bewijsstukken, bedoeld in het tweede lid.
4. De accountant, bedoeld in het derde lid, stelt op basis van de door hem uitgevoerde controle een controleverklaring op, met gebruikmaking van een door de minister vastgesteld model, en waarmerkt de bewijsstukken, bedoeld in het tweede lid.
5. De bewijsstukken, bedoeld in het tweede en vierde lid, worden uiterlijk op de volgende data aan de minister overlegd:
a. eerste rapportage: 15 mei van het jaar waarop het verzoek om gedeeltelijke betaling betrekking heeft;
b. tweede rapportage: 15 augustus van het jaar waarop het verzoek om gedeeltelijke betaling betrekking heeft, en
c. derde rapportage: 15 november van het jaar waarop het verzoek om gedeeltelijke betaling betrekking heeft.
2. Ter onderbouwing van het verzoek om gedeeltelijke betaling als bedoeld in het eerst lid, overlegt de producentenorganisatie de volgende bewijsstukken aan de minister:
a. een rapportage, met gebruikmaking van een door de minister beschikbaar gesteld middel, over de bij het verzoek betrokken periode, en
b. een detailstaat betalingen en afschrijvingen.
3. De producentenorganisatie laat een extern accountant een controle uitvoeren op de juistheid van de bedragen opgenomen in de bewijsstukken, bedoeld in het tweede lid.
4. De accountant, bedoeld in het derde lid, stelt op basis van de door hem uitgevoerde controle een controleverklaring op, met gebruikmaking van een door de minister vastgesteld model, en waarmerkt de bewijsstukken, bedoeld in het tweede lid.
5. De bewijsstukken, bedoeld in het tweede en vierde lid, worden uiterlijk op de volgende data aan de minister overlegd:
a. eerste rapportage: 15 mei van het jaar waarop het verzoek om gedeeltelijke betaling betrekking heeft;
b. tweede rapportage: 15 augustus van het jaar waarop het verzoek om gedeeltelijke betaling betrekking heeft, en
c. derde rapportage: 15 november van het jaar waarop het verzoek om gedeeltelijke betaling betrekking heeft.