BWBR0034320
Geldig vanaf 2017-01-01
Artikel 73
Regeling uitvoering GMO groenten en fruit
1. Indien een producentenorganisatie het eigendom van een duurzaam productiemiddel, dat is gefinancierd of mede is gefinancierd door middel van het actiefonds, gedurende de periode, bedoeld in artikel 72, eerste tot en met vierde lid, verliest, wordt de gesubsidieerde restwaarde van de investering gerecupereerd.
2. De restwaarde wordt bepaald door een afschrijving:
a. van 20% per jaar voor duurzame roerende productiemiddelen, of
b. van 10% per jaar voor duurzame onroerende productiemiddelen, of
c. naar rato van de resterende periode gedurende welke de boom of meerjarige plant volgens de producteigenschappen vruchten had moeten leveren in het geval van het rooien van bomen of meerjarige planten met een maximum van 5 jaar.
3. De afschrijving wordt naar rato van het aantal maanden dat een investering daadwerkelijk eigendom is geweest van de producentenorganisatie toegepast.
4. In afwijking van het tweede lid wordt de restwaarde, indien een producentenorganisatie minder steun heeft aangevraagd dan er op grond van de berekening op basis van het tweede lid moet worden terugbetaald, vastgesteld op het bedrag waarvoor steun is aangevraagd.
5. In afwijking van het tweede lid wordt de restwaarde, indien het eigendom van een investering tenietgaat als gevolg van een oorzaak waarvoor de producentenorganisatie een uitkering van een verzekeraar ontvangt, vastgesteld op het bedrag aan ontvangen verzekeringspenningen, voor zover de verzekeringspenningen de ontvangen steun niet te boven gaan.
2. De restwaarde wordt bepaald door een afschrijving:
a. van 20% per jaar voor duurzame roerende productiemiddelen, of
b. van 10% per jaar voor duurzame onroerende productiemiddelen, of
c. naar rato van de resterende periode gedurende welke de boom of meerjarige plant volgens de producteigenschappen vruchten had moeten leveren in het geval van het rooien van bomen of meerjarige planten met een maximum van 5 jaar.
3. De afschrijving wordt naar rato van het aantal maanden dat een investering daadwerkelijk eigendom is geweest van de producentenorganisatie toegepast.
4. In afwijking van het tweede lid wordt de restwaarde, indien een producentenorganisatie minder steun heeft aangevraagd dan er op grond van de berekening op basis van het tweede lid moet worden terugbetaald, vastgesteld op het bedrag waarvoor steun is aangevraagd.
5. In afwijking van het tweede lid wordt de restwaarde, indien het eigendom van een investering tenietgaat als gevolg van een oorzaak waarvoor de producentenorganisatie een uitkering van een verzekeraar ontvangt, vastgesteld op het bedrag aan ontvangen verzekeringspenningen, voor zover de verzekeringspenningen de ontvangen steun niet te boven gaan.