BWBR0034320
Geldig vanaf 2017-01-01
Artikel 24
Regeling uitvoering GMO groenten en fruit
1. Een producentenorganisatie kan haar leden slechts toestemming als bedoeld in artikel 26 bis van verordening 543/2011verlenen indien deze mogelijkheid in haar statuten is opgenomen.
2. Indien een producentenorganisatie haar leden toestaat gebruik te maken van de uitzondering, bedoeld in artikel 26 bis van verordening 543/2011, stelt de producentenorganisatie voorschriften vast inzake:
a. de procedure voor verlening van de toestemming;
b. de algemene voorwaarden voor verlening van de toestemming, bedoeld in artikel 26 bis van verordening 543/2011, en
c. de rapportageverplichtingen bij het gebruik van de toestemming.
3. Een producentenorganisatie verleent toestemming als bedoeld in het eerste lid schriftelijk en per individueel geval voordat gebruik wordt gemaakt van de uitzondering, bedoeld in artikel 26 bis van verordening 543/2011.
4. Indien een producentenorganisatie aan een toestemming als bedoeld in het eerste lid specifieke voorwaarden verbindt, worden deze voorwaarden in de toestemming vermeld.
5. Het percentage, bedoeld in artikel 26 bis, eerste lid, van verordening 543/2011 wordt vastgesteld op maximaal 25 procent.
6. Een marginaal deel van het volume van de verhandelbare productie, bedoeld in artikel 26 bis, tweede lid, van verordening 543/2011, bedraagt:
a. maximaal 5 procent van het volume van de verhandelbare productie van de producentenorganisatie, en
b. maximaal 25 procent van het volume van de verhandelbare productie van het lid waar de toestemming aan wordt verleend.
7. Producten die normaliter niet onder de handelsactiviteiten van de producentenorganisatie vallen, bedoeld in artikel 26 bis, derde lid van verordening 543/2011, zijn:
a. producten die niet onder het gebruikelijke productassortiment van de producentenorganisatie vallen, terwijl deze producten wel onderwerp zijn van de erkenning, of
b. producten welke gewoonlijk wel door de producentenorganisatie worden verkocht, maar door teeltmethode of variëteit afwijken van het gangbare productenpakket.
7. Aan een lid mag door de producentenorganisatie slechts een toestemming als bedoeld in artikel 26 bis van verordening 543/2011 worden verleend voor in totaal maximaal 25% van de het volume van de verhandelbare productie van het lid.
9. Toestemming als bedoeld in artikel 26 bis, onderdelen 2 en 3, van verordening 543/2011 die wordt verleend na 19 november 2012 kan telkens voor twee jaar worden verlengd.
2. Indien een producentenorganisatie haar leden toestaat gebruik te maken van de uitzondering, bedoeld in artikel 26 bis van verordening 543/2011, stelt de producentenorganisatie voorschriften vast inzake:
a. de procedure voor verlening van de toestemming;
b. de algemene voorwaarden voor verlening van de toestemming, bedoeld in artikel 26 bis van verordening 543/2011, en
c. de rapportageverplichtingen bij het gebruik van de toestemming.
3. Een producentenorganisatie verleent toestemming als bedoeld in het eerste lid schriftelijk en per individueel geval voordat gebruik wordt gemaakt van de uitzondering, bedoeld in artikel 26 bis van verordening 543/2011.
4. Indien een producentenorganisatie aan een toestemming als bedoeld in het eerste lid specifieke voorwaarden verbindt, worden deze voorwaarden in de toestemming vermeld.
5. Het percentage, bedoeld in artikel 26 bis, eerste lid, van verordening 543/2011 wordt vastgesteld op maximaal 25 procent.
6. Een marginaal deel van het volume van de verhandelbare productie, bedoeld in artikel 26 bis, tweede lid, van verordening 543/2011, bedraagt:
a. maximaal 5 procent van het volume van de verhandelbare productie van de producentenorganisatie, en
b. maximaal 25 procent van het volume van de verhandelbare productie van het lid waar de toestemming aan wordt verleend.
7. Producten die normaliter niet onder de handelsactiviteiten van de producentenorganisatie vallen, bedoeld in artikel 26 bis, derde lid van verordening 543/2011, zijn:
a. producten die niet onder het gebruikelijke productassortiment van de producentenorganisatie vallen, terwijl deze producten wel onderwerp zijn van de erkenning, of
b. producten welke gewoonlijk wel door de producentenorganisatie worden verkocht, maar door teeltmethode of variëteit afwijken van het gangbare productenpakket.
7. Aan een lid mag door de producentenorganisatie slechts een toestemming als bedoeld in artikel 26 bis van verordening 543/2011 worden verleend voor in totaal maximaal 25% van de het volume van de verhandelbare productie van het lid.
9. Toestemming als bedoeld in artikel 26 bis, onderdelen 2 en 3, van verordening 543/2011 die wordt verleend na 19 november 2012 kan telkens voor twee jaar worden verlengd.