BWBR0034320
Geldig vanaf 2017-01-01
Artikel 312a
Regeling uitvoering GMO groenten en fruit
1. Een operationeel programma dat is goedgekeurd onder de regeling zoals deze gold voor 1 januari 2017 wordt beheerst door de bepalingen van hoofdstuk 4 van de regeling zoals dat gold voor 1 januari 2017, met dien verstande dat in artikel 144 van dat hoofdstuk zoals dat gold voor 1 januari 2017 'minimaal 30% van' vervalt.
2. In afwijking van het eerste lid, zijn de artikelen 47, eerste lid, onderdeel e, subonderdeel 5, alsmede vijfde, zesde en zevende lid, 67, 73, tweede lid, onderdeel c, 106, eerste lid, 107, eerste lid, 116, onderdelen f en i, 182en 195van deze regeling van toepassing op uitgaven gedaan en activiteiten gestart na 1 januari 2018 in het kader van een operationeel programma dat is goedgekeurd onder de regeling zoals deze gold voor 1 januari 2017.
3. In afwijking van het eerste lid, toont de producentenorganisatie, ter uitvoering van artikel 31, vierde lid, van verordening 2017/891, voor investeringen gedaan vanaf 1 januari 2018 het gebruik van duurzame productiemiddelen aan met behulp van een gebruiksadministratie per productiemiddel, tenzij de producentenorganisatie het gebruik van het productiemiddel op andere wijze aantoont ten genoegen van de minister.
4. De producentenorganisatie meldt de minister bij het indienen van het verzoek tot wijziging als bedoeld in artikel 65 van verordening 543/2011voor het komende uitvoeringsjaar op welke wijze op welke wijze de gebruiksadministratie, bedoeld in het derde lid, gevoerd wordt.
5. In afwijking van het eerste lid wordt een operationeel programma beheerst door de bepalingen van de regeling zoals deze gelden vanaf 1 januari 2017 indien de producentenorganisatie op grond van artikel 65 of artikel 66 van verordening 543/2011na 1 juli 2016 verzoekt om een wijziging van een operationeel programma dat strekt tot een aanpassing van de looptijd van het operationeel programma.
6. Het toevoegen van een activiteit aan een operationeel programma als bedoeld in het eerste lid door middel van een wijzigingsverzoek grond van artikel 65 of artikel 66 van verordening 543/2011 dat is ingediend na 1 juli 2016 is toegestaan:
a. indien de activiteit subsidiabel is op grond van de regeling zoals deze geldt vanaf 1 januari 2017, en
b. onder de voorwaarden die hoofdstuk 3 en 4 van deel 4 van de regeling aan deze activiteit stelt vanaf 1 januari 2017.
7. Het toevoegen van een maatregel als bedoeld in artikel 19, eerste lid, van verordening 543/2011 of een doel als bedoeld in artikel 33, eerste lid, of 152, eerste lid, onder c, van verordening 1308/2013 aan een operationeel programma als bedoeld in het eerste lid door middel van een wijzigingsverzoek op grond van artikel 65 of artikel 66 van verordening 543/2011 dat is ingediend na 1 juli 2016 is toegestaan:
a. indien de activiteit subsidiabel is op grond van de regeling zoals deze geldt vanaf 1 januari 2017, en
b. onder de voorwaarden die hoofdstuk 3 en 4 van deel 4 van de regeling aan deze activiteit stelt vanaf 1 januari 2017.
8. Uitgaven voor investeringen in duurzame productiemiddelen die niet of onder andere voorwaarden subsidiabel zijn op grond van de regeling zoals deze geldt vanaf 1 januari 2017 kunnen worden opgenomen in een nieuw operationeel programma onder de voorwaarden voor subsidiabele activiteiten zoals deze golden voor 31 december 2016 indien:
a. zij onderdeel uitmaken van een voor 20 januari 2016 goedgekeurd operationeel programma;
b. de producentenorganisatie voor deze investering voor 31 december 2016 aan de minister heeft gemeld dat deze uitgaven gedurende meerdere jaren in de steunaanvraag worden opgenomen, en
c. de eerste termijn van deze uitgaven voor 31 december 2016 in de steunaanvraag is opgenomen.
9. Na 1 juli 2016 mogen geen verzoeken tot wijziging op grond van artikel 65 of 66 van verordening 543/2011 worden ingediend indien:
a. deze strekken tot het toevoegen van investeringen in duurzame productiemiddelen aan een operationeel programma, en
b. deze investeringen niet subsidiabel zijn onder de regeling zoals deze geldt vanaf 1 januari 2017.
10. Een wijziging als bedoeld in artikel 65 of 66 van verordening 543/2011 is niet toegestaan indien deze strekt tot het in eenmaal in de steunaanvraag opnemen van de resterende termijn van uitgaven voor investeringen in duurzame productiemiddelen waarvoor de producentenorganisatie voor 31 december 2016 aan de minister heeft gemeld deze uitgaven in meerdere termijnen in de steunaanvraag op te nemen.
11. Wijzigingen van statuten van producentenorganisaties als gevolg van aanpassing van deze regeling treden uiterlijk op 1 januari 2018 in werking.
12. In afwijking van het eerste lid dient een producentenorganisatie een wijziging als bedoeld in artikel 66, eerste lid, van verordening 543/2011 in op:
a. 1 februari van het uitvoeringsjaar waar het verzoek tot wijziging betrekking op heeft;
b. 1 mei van het uitvoeringsjaar waar het verzoek tot wijziging betrekking op heeft;
c. 1 augustus van het uitvoeringsjaar waar het verzoek tot wijziging betrekking op heeft, of
d. 31 oktober van het uitvoeringsjaar waar het verzoek tot wijziging betrekking op heeft.
2. In afwijking van het eerste lid, zijn de artikelen 47, eerste lid, onderdeel e, subonderdeel 5, alsmede vijfde, zesde en zevende lid, 67, 73, tweede lid, onderdeel c, 106, eerste lid, 107, eerste lid, 116, onderdelen f en i, 182en 195van deze regeling van toepassing op uitgaven gedaan en activiteiten gestart na 1 januari 2018 in het kader van een operationeel programma dat is goedgekeurd onder de regeling zoals deze gold voor 1 januari 2017.
3. In afwijking van het eerste lid, toont de producentenorganisatie, ter uitvoering van artikel 31, vierde lid, van verordening 2017/891, voor investeringen gedaan vanaf 1 januari 2018 het gebruik van duurzame productiemiddelen aan met behulp van een gebruiksadministratie per productiemiddel, tenzij de producentenorganisatie het gebruik van het productiemiddel op andere wijze aantoont ten genoegen van de minister.
4. De producentenorganisatie meldt de minister bij het indienen van het verzoek tot wijziging als bedoeld in artikel 65 van verordening 543/2011voor het komende uitvoeringsjaar op welke wijze op welke wijze de gebruiksadministratie, bedoeld in het derde lid, gevoerd wordt.
5. In afwijking van het eerste lid wordt een operationeel programma beheerst door de bepalingen van de regeling zoals deze gelden vanaf 1 januari 2017 indien de producentenorganisatie op grond van artikel 65 of artikel 66 van verordening 543/2011na 1 juli 2016 verzoekt om een wijziging van een operationeel programma dat strekt tot een aanpassing van de looptijd van het operationeel programma.
6. Het toevoegen van een activiteit aan een operationeel programma als bedoeld in het eerste lid door middel van een wijzigingsverzoek grond van artikel 65 of artikel 66 van verordening 543/2011 dat is ingediend na 1 juli 2016 is toegestaan:
a. indien de activiteit subsidiabel is op grond van de regeling zoals deze geldt vanaf 1 januari 2017, en
b. onder de voorwaarden die hoofdstuk 3 en 4 van deel 4 van de regeling aan deze activiteit stelt vanaf 1 januari 2017.
7. Het toevoegen van een maatregel als bedoeld in artikel 19, eerste lid, van verordening 543/2011 of een doel als bedoeld in artikel 33, eerste lid, of 152, eerste lid, onder c, van verordening 1308/2013 aan een operationeel programma als bedoeld in het eerste lid door middel van een wijzigingsverzoek op grond van artikel 65 of artikel 66 van verordening 543/2011 dat is ingediend na 1 juli 2016 is toegestaan:
a. indien de activiteit subsidiabel is op grond van de regeling zoals deze geldt vanaf 1 januari 2017, en
b. onder de voorwaarden die hoofdstuk 3 en 4 van deel 4 van de regeling aan deze activiteit stelt vanaf 1 januari 2017.
8. Uitgaven voor investeringen in duurzame productiemiddelen die niet of onder andere voorwaarden subsidiabel zijn op grond van de regeling zoals deze geldt vanaf 1 januari 2017 kunnen worden opgenomen in een nieuw operationeel programma onder de voorwaarden voor subsidiabele activiteiten zoals deze golden voor 31 december 2016 indien:
a. zij onderdeel uitmaken van een voor 20 januari 2016 goedgekeurd operationeel programma;
b. de producentenorganisatie voor deze investering voor 31 december 2016 aan de minister heeft gemeld dat deze uitgaven gedurende meerdere jaren in de steunaanvraag worden opgenomen, en
c. de eerste termijn van deze uitgaven voor 31 december 2016 in de steunaanvraag is opgenomen.
9. Na 1 juli 2016 mogen geen verzoeken tot wijziging op grond van artikel 65 of 66 van verordening 543/2011 worden ingediend indien:
a. deze strekken tot het toevoegen van investeringen in duurzame productiemiddelen aan een operationeel programma, en
b. deze investeringen niet subsidiabel zijn onder de regeling zoals deze geldt vanaf 1 januari 2017.
10. Een wijziging als bedoeld in artikel 65 of 66 van verordening 543/2011 is niet toegestaan indien deze strekt tot het in eenmaal in de steunaanvraag opnemen van de resterende termijn van uitgaven voor investeringen in duurzame productiemiddelen waarvoor de producentenorganisatie voor 31 december 2016 aan de minister heeft gemeld deze uitgaven in meerdere termijnen in de steunaanvraag op te nemen.
11. Wijzigingen van statuten van producentenorganisaties als gevolg van aanpassing van deze regeling treden uiterlijk op 1 januari 2018 in werking.
12. In afwijking van het eerste lid dient een producentenorganisatie een wijziging als bedoeld in artikel 66, eerste lid, van verordening 543/2011 in op:
a. 1 februari van het uitvoeringsjaar waar het verzoek tot wijziging betrekking op heeft;
b. 1 mei van het uitvoeringsjaar waar het verzoek tot wijziging betrekking op heeft;
c. 1 augustus van het uitvoeringsjaar waar het verzoek tot wijziging betrekking op heeft, of
d. 31 oktober van het uitvoeringsjaar waar het verzoek tot wijziging betrekking op heeft.