BWBR0034320
Geldig vanaf 2017-01-01
Artikel 21
Regeling uitvoering GMO groenten en fruit
1. Artikel 155 van verordening 1308/2013 is van toepassing op de activiteiten van de producentenorganisatie die bijdragen aan het realiseren van de doelstellingen van de producentenorganisatie, bedoeld in de artikelen 152 en 154 van verordening 1308/2013.
2. Wanneer een producentenorganisatie de in het eerste lid bedoelde activiteiten heeft uitbesteed toont de producentenorganisatie op grond van artikel 155 van verordening 1308/2013 door middel van door het bestuur en de algemene vergadering geaccordeerde schriftelijke bewijsstukken aan:
a. welke activiteiten worden uitbesteed;
b. waarom deze activiteiten niet door de producentenorganisatie zelf worden uitgevoerd;
c. aan wie deze activiteiten worden uitbesteed;
d. waarom tot de keuze voor uitbesteding aan de in onderdeel c bedoelde entiteit is gekomen, en
e. welke afspraken er met de in onderdeel c bedoelde entiteit zijn gemaakt.
3. De producentenorganisatie toont op grond van artikel 27, tweede lid, van verordening 543/2007aan de hand van schriftelijke bewijsstukken aan op welke wijze de in het tweede lid, onderdeel c, bedoelde entiteit:
a. door de producentenorganisatie wordt aangestuurd bij de uitvoering van de aan haar uitbestede activiteiten, en
b. verantwoording aflegt aan de producentenorganisatie over de uitvoering van de aan haar uitbestede activiteiten.
4. Wanneer een producentenorganisatie verkoopactiviteiten uitbesteedt, toont zij aan de hand van schriftelijke bewijsstukken aan dat zij minimaal één maal per week met de in het tweede lid, onderdeel c, bedoelde entiteit overlegt over de te hanteren verkoopvoorwaarden, waaronder de verkoopprijs.
5. De keuze voor uitbesteding wordt jaarlijks per geval door het bestuur van de producentenorganisatie geëvalueerd en deze evaluatie wordt jaarlijks door de algemene vergadering besproken en geaccordeerd.
6. Activiteiten van de producentenorganisatie die niet worden uitbesteed aan haar leden zijn:
a. verkoop van de producten van haar leden waarvoor de producentenorganisatie is erkend;
b. controle op de naleving van de leveringsplicht;
c. commercieel en budgettair beheer;
d. boekhouding en facturering, en
e. kennis van productie van de leden.
7. Activiteiten van de producentenorganisatie die alleen kunnen worden uitbesteed aan dochterondernemingen die voor meer dan 90 procent eigendom zijn van de producentenorganisatie zijn:
a. controle op de naleving van de leveringsplicht;
b. boekhouding en facturering, en
c. kennis van productie van de leden.
2. Wanneer een producentenorganisatie de in het eerste lid bedoelde activiteiten heeft uitbesteed toont de producentenorganisatie op grond van artikel 155 van verordening 1308/2013 door middel van door het bestuur en de algemene vergadering geaccordeerde schriftelijke bewijsstukken aan:
a. welke activiteiten worden uitbesteed;
b. waarom deze activiteiten niet door de producentenorganisatie zelf worden uitgevoerd;
c. aan wie deze activiteiten worden uitbesteed;
d. waarom tot de keuze voor uitbesteding aan de in onderdeel c bedoelde entiteit is gekomen, en
e. welke afspraken er met de in onderdeel c bedoelde entiteit zijn gemaakt.
3. De producentenorganisatie toont op grond van artikel 27, tweede lid, van verordening 543/2007aan de hand van schriftelijke bewijsstukken aan op welke wijze de in het tweede lid, onderdeel c, bedoelde entiteit:
a. door de producentenorganisatie wordt aangestuurd bij de uitvoering van de aan haar uitbestede activiteiten, en
b. verantwoording aflegt aan de producentenorganisatie over de uitvoering van de aan haar uitbestede activiteiten.
4. Wanneer een producentenorganisatie verkoopactiviteiten uitbesteedt, toont zij aan de hand van schriftelijke bewijsstukken aan dat zij minimaal één maal per week met de in het tweede lid, onderdeel c, bedoelde entiteit overlegt over de te hanteren verkoopvoorwaarden, waaronder de verkoopprijs.
5. De keuze voor uitbesteding wordt jaarlijks per geval door het bestuur van de producentenorganisatie geëvalueerd en deze evaluatie wordt jaarlijks door de algemene vergadering besproken en geaccordeerd.
6. Activiteiten van de producentenorganisatie die niet worden uitbesteed aan haar leden zijn:
a. verkoop van de producten van haar leden waarvoor de producentenorganisatie is erkend;
b. controle op de naleving van de leveringsplicht;
c. commercieel en budgettair beheer;
d. boekhouding en facturering, en
e. kennis van productie van de leden.
7. Activiteiten van de producentenorganisatie die alleen kunnen worden uitbesteed aan dochterondernemingen die voor meer dan 90 procent eigendom zijn van de producentenorganisatie zijn:
a. controle op de naleving van de leveringsplicht;
b. boekhouding en facturering, en
c. kennis van productie van de leden.