BWBR0020700
Geldig vanaf 01-01-2007
Artikel 3:27
Regeling solvabiliteitseisen marktrisico Wft 2011
1. In afwijking van de paragrafen 3.2 en 3.3, kan een financiële onderneming op haar verzoek toestemming krijgen om voor de berekening van het solvabiliteitsvereiste voor het afdekken van het marktrisico op optieposities en de daarop betrekking hebbende dekkingsposities gebruik te maken van de scenarioanalysemethode.
2. Voor de toepassing van de scenarioanalysemethode, bepaalt de financiële onderneming de waarde- en volatiliteitveranderingen van de onderliggende risicoposities en de daarop betrekking hebbende dekkingsposities en stelt van deze herberekende waarden een herwaarderingsmatrix op.
3. De financiële onderneming stelt de herwaarderingsmatrix, bedoeld in het tweede lid, op:
a. bij schuldinstrumenten of rentevoeten, per valuta: voor elke individuele looptijdklasse als bedoeld in artikel 3:13, eerste lid, als de financiële onderneming gebruik maakt van de in dat artikel bedoelde looptijdmethode, of voor elke individuele zone, bedoeld in artikel 3:14, derde lid, als de financiële onderneming gebruik maakt van de in dat artikel bedoelde durationmethode;
b. bij aandeelinstrumenten: voor elk individueel aandeel of voor elk individuele aandelenindex;
c. bij buitenlandse valuta’s en goud: voor elk individueel valutapaar en goud;
d. bij grondstoffen: voor elke individuele grondstof als bedoeld in artikel 60, eerste lid, onderdeel c, van het Besluit.
4. Voor de berekening van de waardeverandering van de onderliggende risicoposities, bedoeld in het tweede lid, wordt binnen elke matrix aan de opties en de daarop betrekking hebbende dekkingsposities een waarde toegekend die ten opzichte van de actuele waarde van het onderliggende instrument, een boven- en onderwaarde heeft die gelijk is aan:
a. voor schuldinstrumenten en rentevoeten: de waarde op basis van de hoogste van de veronderstelde renteveranderingen in tabel 1 van de bijlage bij deze regeling, respectievelijk, indien de financiële onderneming gebruik maakt van de durationmethode, de hoogste veronderstelde renteverandering in tabel 2 van de bijlage bij deze regeling;
b. voor buitenlandse valuta, goud en aandelen: min en plus 8%;
c. voor grondstoffen: min en plus 15%.
5. Voor de berekening van de volatiliteitverandering, bedoeld in het tweede lid, worden de opties en de daarop betrekking hebbende dekkingsposities gewaardeerd voor een verandering in de volatiliteit van min en plus 25%.
6. Het solvabiliteitsvereiste, bedoeld in het eerste lid, is gelijk aan de som van de hoogste verliezen van de waarde van de onderscheiden optieposities en de daarop betrekking hebbende dekkingsposities die worden berekend in elke waarderingsmatrix.
2. Voor de toepassing van de scenarioanalysemethode, bepaalt de financiële onderneming de waarde- en volatiliteitveranderingen van de onderliggende risicoposities en de daarop betrekking hebbende dekkingsposities en stelt van deze herberekende waarden een herwaarderingsmatrix op.
3. De financiële onderneming stelt de herwaarderingsmatrix, bedoeld in het tweede lid, op:
a. bij schuldinstrumenten of rentevoeten, per valuta: voor elke individuele looptijdklasse als bedoeld in artikel 3:13, eerste lid, als de financiële onderneming gebruik maakt van de in dat artikel bedoelde looptijdmethode, of voor elke individuele zone, bedoeld in artikel 3:14, derde lid, als de financiële onderneming gebruik maakt van de in dat artikel bedoelde durationmethode;
b. bij aandeelinstrumenten: voor elk individueel aandeel of voor elk individuele aandelenindex;
c. bij buitenlandse valuta’s en goud: voor elk individueel valutapaar en goud;
d. bij grondstoffen: voor elke individuele grondstof als bedoeld in artikel 60, eerste lid, onderdeel c, van het Besluit.
4. Voor de berekening van de waardeverandering van de onderliggende risicoposities, bedoeld in het tweede lid, wordt binnen elke matrix aan de opties en de daarop betrekking hebbende dekkingsposities een waarde toegekend die ten opzichte van de actuele waarde van het onderliggende instrument, een boven- en onderwaarde heeft die gelijk is aan:
a. voor schuldinstrumenten en rentevoeten: de waarde op basis van de hoogste van de veronderstelde renteveranderingen in tabel 1 van de bijlage bij deze regeling, respectievelijk, indien de financiële onderneming gebruik maakt van de durationmethode, de hoogste veronderstelde renteverandering in tabel 2 van de bijlage bij deze regeling;
b. voor buitenlandse valuta, goud en aandelen: min en plus 8%;
c. voor grondstoffen: min en plus 15%.
5. Voor de berekening van de volatiliteitverandering, bedoeld in het tweede lid, worden de opties en de daarop betrekking hebbende dekkingsposities gewaardeerd voor een verandering in de volatiliteit van min en plus 25%.
6. Het solvabiliteitsvereiste, bedoeld in het eerste lid, is gelijk aan de som van de hoogste verliezen van de waarde van de onderscheiden optieposities en de daarop betrekking hebbende dekkingsposities die worden berekend in elke waarderingsmatrix.
- Citeren als
- Art. 3:27
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0020700
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl