BWBR0020700
Geldig vanaf 01-01-2007
Artikel 3:42
Regeling solvabiliteitseisen marktrisico Wft 2011
1. Grondstoffenfutures en termijnverbintenissen tot aan- of verkoop van afzonderlijke grondstoffen worden verwerkt als theoretische bedragen, uitgedrukt in de vaste rekeneenheid, met een op basis van de afloopdatum toegekende looptijd.
2. Wanneer de financiële onderneming haar posities niet omzet in de onderliggende instrumenten, is het solvabiliteitsvereiste:
a. ingeval van een op een gereglementeerde markt verhandelde future: voor elke future gelijk aan de door deze gereglementeerde markt verlangde marge; en
b. ingeval van een niet ter beurze verhandeld derivaat dat door een clearinginstelling is verrekend: de marge die de clearinginstelling verlangt, indien de in onderdeel a respectievelijk onderdeel b bedoelde marge: 1°. een nauwkeurige maatstaf vormt voor de aan het instrument verbonden risico’s; en
2°. tenminste gelijkwaardig is aan het solvabiliteitsvereiste dat voor het instrument zou resulteren uit een berekening aan de hand van de in artikel 3:40 dan wel van de in hoofdstuk 4 bedoelde methoden.
1°. een nauwkeurige maatstaf vormt voor de aan het instrument verbonden risico’s; en
2°. tenminste gelijkwaardig is aan het solvabiliteitsvereiste dat voor het instrument zou resulteren uit een berekening aan de hand van de in artikel 3:40 dan wel van de in hoofdstuk 4 bedoelde methoden.
2. Wanneer de financiële onderneming haar posities niet omzet in de onderliggende instrumenten, is het solvabiliteitsvereiste:
a. ingeval van een op een gereglementeerde markt verhandelde future: voor elke future gelijk aan de door deze gereglementeerde markt verlangde marge; en
b. ingeval van een niet ter beurze verhandeld derivaat dat door een clearinginstelling is verrekend: de marge die de clearinginstelling verlangt, indien de in onderdeel a respectievelijk onderdeel b bedoelde marge: 1°. een nauwkeurige maatstaf vormt voor de aan het instrument verbonden risico’s; en
2°. tenminste gelijkwaardig is aan het solvabiliteitsvereiste dat voor het instrument zou resulteren uit een berekening aan de hand van de in artikel 3:40 dan wel van de in hoofdstuk 4 bedoelde methoden.
1°. een nauwkeurige maatstaf vormt voor de aan het instrument verbonden risico’s; en
2°. tenminste gelijkwaardig is aan het solvabiliteitsvereiste dat voor het instrument zou resulteren uit een berekening aan de hand van de in artikel 3:40 dan wel van de in hoofdstuk 4 bedoelde methoden.
- Citeren als
- Art. 3:42
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0020700
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl