BWBR0020700
Geldig vanaf 31-10-2010
Artikel 3:41
Regeling solvabiliteitseisen marktrisico Wft 2011
1. Het solvabiliteitsvereiste ter dekking van de grondstofrisico’s volgens de vereenvoudigde methode is voor elke grondstof de som van:
a. 15% van de lange of korte netto positie, vermenigvuldigd met de contante koers van de grondstof; en
b. 3% van de lange plus de korte bruto positie, vermenigvuldigd met de contante koers van de grondstof.
2. Het totale solvabiliteitsvereiste van de financiële onderneming ter dekking van de grondstoffenrisico’s wordt berekend als de som van de in overeenstemming met het vorige lid berekende solvabiliteitsvereisten voor elke grondstof.
3. DNB kan toestaan dat een financiële onderneming voor het berekenen van het solvabiliteitsvereiste ter dekking van de grondstoffenrisico’s, de minimale coëfficiënten gebruikt uit tabel 7 van de bijlage bij deze regeling, indien de betreffende financiële onderneming:
a. in aanzienlijke mate in grondstoffen handelt;
b. een gediversificeerde grondstoffenportefeuille heeft; en
c. voor de berekening van het solvabiliteitsvereiste ter dekking van de grondstoffenrisico’s geen gebruik maakt van de interne modellenmethode als bedoeld in hoofdstuk 4.
4. Van een gediversificeerde grondstoffenportefeuille als bedoeld in het derde lid, onderdeel b, is in ieder geval sprake als een individuele positie:
a. niet meer dan 5% van de waarde van de totale grondstoffenportefeuille bedraagt; of
b. niet meer dan 10% van de waarde van de totale grondstoffenportefeuille bedraagt indien het totaal van die posities niet meer dan 50% van de grondstoffenportefeuille uitmaakt.
a. 15% van de lange of korte netto positie, vermenigvuldigd met de contante koers van de grondstof; en
b. 3% van de lange plus de korte bruto positie, vermenigvuldigd met de contante koers van de grondstof.
2. Het totale solvabiliteitsvereiste van de financiële onderneming ter dekking van de grondstoffenrisico’s wordt berekend als de som van de in overeenstemming met het vorige lid berekende solvabiliteitsvereisten voor elke grondstof.
3. DNB kan toestaan dat een financiële onderneming voor het berekenen van het solvabiliteitsvereiste ter dekking van de grondstoffenrisico’s, de minimale coëfficiënten gebruikt uit tabel 7 van de bijlage bij deze regeling, indien de betreffende financiële onderneming:
a. in aanzienlijke mate in grondstoffen handelt;
b. een gediversificeerde grondstoffenportefeuille heeft; en
c. voor de berekening van het solvabiliteitsvereiste ter dekking van de grondstoffenrisico’s geen gebruik maakt van de interne modellenmethode als bedoeld in hoofdstuk 4.
4. Van een gediversificeerde grondstoffenportefeuille als bedoeld in het derde lid, onderdeel b, is in ieder geval sprake als een individuele positie:
a. niet meer dan 5% van de waarde van de totale grondstoffenportefeuille bedraagt; of
b. niet meer dan 10% van de waarde van de totale grondstoffenportefeuille bedraagt indien het totaal van die posities niet meer dan 50% van de grondstoffenportefeuille uitmaakt.
- Citeren als
- Art. 3:41
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0020700
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl