BWBR0020700
Geldig vanaf 31-10-2010
Artikel 3:16
Regeling solvabiliteitseisen marktrisico Wft 2011
1. Een financiële onderneming die het algemene positierisico op afgeleide instrumenten als bedoeld in de artikelen 3:3 tot en met 3:5 en artikel 3:15 waardeert en beheert op basis van contant gemaakte kasstromen, is voor de berekening van haar posities:
a. verplicht om gebruik te maken van door DNB goedgekeurde gevoeligheidsmodellen, indien het obligaties betreft die over de resterende looptijd worden afgelost en waarvan de hoofdsom niet in één keer wordt terugbetaald; en
b. vrij om gebruik te maken van door DNB goedgekeurde gevoeligheidsmodellen indien het andere instrumenten betreft dan de obligaties bedoeld in onderdeel a.
2. Gevoeligheidsmodellen worden door DNB goedgekeurd indien zij posities opleveren die dezelfde gevoeligheid voor renteschommelingen hebben als de onderliggende contant gemaakte kasstromen, uitgaande van onafhankelijke schommelingen in over de gehele rendementscurve bemonsterde renten, waarbij tenminste één gevoeligheidspunt in elk van de in tabel 1 van de bijlage bij deze regeling genoemde looptijdklassen wordt ingenomen. De aldus verkregen posities worden bij de berekening van de solvabiliteitsvereisten in aanmerking genomen in overeenstemming met de artikelen 3:13 tot en met 3:15.
3. Op de overeenkomstig het tweede lid verkregen posities in opties blijven de vereisten, bedoeld in artikel 3:3, derde lid, van toepassing.
a. verplicht om gebruik te maken van door DNB goedgekeurde gevoeligheidsmodellen, indien het obligaties betreft die over de resterende looptijd worden afgelost en waarvan de hoofdsom niet in één keer wordt terugbetaald; en
b. vrij om gebruik te maken van door DNB goedgekeurde gevoeligheidsmodellen indien het andere instrumenten betreft dan de obligaties bedoeld in onderdeel a.
2. Gevoeligheidsmodellen worden door DNB goedgekeurd indien zij posities opleveren die dezelfde gevoeligheid voor renteschommelingen hebben als de onderliggende contant gemaakte kasstromen, uitgaande van onafhankelijke schommelingen in over de gehele rendementscurve bemonsterde renten, waarbij tenminste één gevoeligheidspunt in elk van de in tabel 1 van de bijlage bij deze regeling genoemde looptijdklassen wordt ingenomen. De aldus verkregen posities worden bij de berekening van de solvabiliteitsvereisten in aanmerking genomen in overeenstemming met de artikelen 3:13 tot en met 3:15.
3. Op de overeenkomstig het tweede lid verkregen posities in opties blijven de vereisten, bedoeld in artikel 3:3, derde lid, van toepassing.
- Citeren als
- Art. 3:16
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0020700
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl