BWBR0020700
Geldig vanaf 01-01-2007
Artikel 3:21
Regeling solvabiliteitseisen marktrisico Wft 2011
1. In afwijking van artikel 3:18, tweede lid, is het solvabiliteitsvereiste ter dekking van het specifieke positierisico voor de posities, bedoeld in de onderdelen a en b, die een financiële onderneming in het kader van een op futures gebaseerde arbitragestrategie inneemt: 2% voor de ene positie in een index en 0% voor de even grote, maar tegengestelde positie. De in de vorige volzin bedoelde posities zijn:
a. het innemen van een tegengestelde positie in precies dezelfde index op verschillende tijdstippen;
b. het innemen van een tegengestelde positie in twee verschillende maar vergelijkbare indices op hetzelfde tijdstip, indien de financiële onderneming kan aantonen dat de twee indices voldoende componenten bevatten die saldering rechtvaardigen.
2. Als een arbitragestrategie als bedoeld in het eerste lid wordt ondernomen, waarbij een positie in een indexfuturecontract tegenover een positie in een overeenkomstig de index samengesteld mandje van aandelen wordt geplaatst, kan de berekening van het solvabiliteitsvereiste, bedoeld in artikel 3:18, voor beide posities achterwege blijven, indien:
a. de desbetreffende arbitragestrategie welbewust wordt ondernomen en apart wordt beheerd, zodat de in het kader van de strategie ingenomen posities goed identificeerbaar zijn;
b. de samenstelling van het mandje aandelen, uitgaande van de individuele samenstellende componenten van de index, ten minste 90 procent van die index vertegenwoordigt; en
c. een toetsingsvermogen voor divergentie- en afwikkelingsrisico’s van tenminste 2% van de bruto waarde van de posities van elke kant wordt aangehouden, ook indien de aandelen waarop de index is gebaseerd, worden aangehouden in identieke proporties in overeenstemming met de indexsamenstelling, indien elk waardeverschil van de aandelen in het mandje boven of beneden de waarde van het futurecontract, als een lange of korte positie wordt behandeld.
3. Als een positie wordt ingenomen in depository receipts tegenover een tegengestelde positie in de onderliggende aandelen, kunnen de tegengestelde posities gesaldeerd worden en kan de berekening van het solvabiliteitsvereiste, bedoeld in artikel 3:18, voor beide posities achterwege blijven.
a. het innemen van een tegengestelde positie in precies dezelfde index op verschillende tijdstippen;
b. het innemen van een tegengestelde positie in twee verschillende maar vergelijkbare indices op hetzelfde tijdstip, indien de financiële onderneming kan aantonen dat de twee indices voldoende componenten bevatten die saldering rechtvaardigen.
2. Als een arbitragestrategie als bedoeld in het eerste lid wordt ondernomen, waarbij een positie in een indexfuturecontract tegenover een positie in een overeenkomstig de index samengesteld mandje van aandelen wordt geplaatst, kan de berekening van het solvabiliteitsvereiste, bedoeld in artikel 3:18, voor beide posities achterwege blijven, indien:
a. de desbetreffende arbitragestrategie welbewust wordt ondernomen en apart wordt beheerd, zodat de in het kader van de strategie ingenomen posities goed identificeerbaar zijn;
b. de samenstelling van het mandje aandelen, uitgaande van de individuele samenstellende componenten van de index, ten minste 90 procent van die index vertegenwoordigt; en
c. een toetsingsvermogen voor divergentie- en afwikkelingsrisico’s van tenminste 2% van de bruto waarde van de posities van elke kant wordt aangehouden, ook indien de aandelen waarop de index is gebaseerd, worden aangehouden in identieke proporties in overeenstemming met de indexsamenstelling, indien elk waardeverschil van de aandelen in het mandje boven of beneden de waarde van het futurecontract, als een lange of korte positie wordt behandeld.
3. Als een positie wordt ingenomen in depository receipts tegenover een tegengestelde positie in de onderliggende aandelen, kunnen de tegengestelde posities gesaldeerd worden en kan de berekening van het solvabiliteitsvereiste, bedoeld in artikel 3:18, voor beide posities achterwege blijven.
- Citeren als
- Art. 3:21
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0020700
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl