BWBR0009165
Geldig vanaf 2005-08-09
Artikel 62
Regeling wijziging constructie
1. Een aanhangwagen mag geen scherpe delen hebben die in geval van botsing gevaar voor lichamelijk letsel voor andere weggebruikers kunnen opleveren.
2. Onverminderd het bepaalde in het eerste lid moeten uitstekende delen die in geval van botsing het gevaar voor lichamelijk letsel voor andere weggebruikers aanzienlijk kunnen vergroten, zijn afgeschermd.
3. Het bepaalde in het eerste en tweede lid is niet van toepassing op voertuigdelen die zich hoger dan 2,00 m boven het wegdek bevinden.
4. Een aanhangwagen die in gebruik wordt genomen na 31 december 1994, moet voor wat betreft de bescherming aan de achterzijde voldoen aan het bepaalde in richtlijn 70/221/EEG(PbEG 6 april 1970, L 76). Deze bepaling geldt niet voor een aanhangwagen waarvan het gebruik zich naar het oordeel van degene die met de afgifte van kentekenbewijzen is belast, verzet tegen de aanwezigheid van een beschermingsinrichting aan de achterzijde, alsmede voor een aanhangwagen die speciaal is gebouwd voor het vervoer van in de lengte ondeelbare lading.
5. Een aanhangwagen die in gebruik is genomen na 30 juni 1967 doch voor 1 januari 1995, moet voor wat betreft de bescherming aan de achterzijde, behoudens indien deze hieromtrent voldoet aan het bepaalde in richtlijn 70/221/EEG, voldoen aan het bepaalde in de Regeling toelatingseisen. Deze bepaling geldt niet voor een aanhangwagen waarvan het gebruik zich naar het oordeel van degene die met de afgifte van kentekenbewijzen is belast, verzet tegen de aanwezigheid van een beschermingsinrichting aan de achterzijde, alsmede voor een aanhangwagens die speciaal is gebouwd voor het vervoer van in de lengte ondeelbare lading.
6. Op een aanhangwagen met een toegestane maximum massa van niet meer dan 3500 kg, die in gebruik wordt genomen na 31 december 1994, is ten aanzien van de zijdelingse afscherming tussen de voorste as of de koppelingspen indien het een oplegger betreft, en de voorste achteras het in richtlijn 89/297/EEGvoor een aanhangwagen met een toegestane maximum massa van meer dan 3500 kg doch niet meer dan 10.000 kg bepaalde van overeenkomstige toepassing. Deze aanhangwagen moet voorts achter de voorste achteras zijn voorzien van zijdelingse afscherming die voldoet aan het bepaalde in de Regeling toelatingseisen.
7. Een aanhangwagen met een toegestane maximum massa van meer dan 3500 kg, die in gebruik wordt genomen na 31 december 1994, moet tussen de voorste as of de koppelingspen indien het een oplegger betreft, en de voorste achteras zijn voorzien van zijdelingse afscherming die voldoet aan het bepaalde in richtlijn 89/297/EEG(PbEG 5 mei 1989, L 124), alsmede achter de voorste achteras zijn voorzien van zijdelingse afscherming die voldoet aan het bepaalde in de Regeling toelatingseisen.
8. Onverminderd het bepaalde in het zesde en zevende lid moet een middenasaanhangwagen voor de voorste as zijn voorzien van zijdelingse afscherming die voldoet aan het bepaalde in de Regeling toelatingseisen.
9. Een aanhangwagen die in gebruik is genomen voor 1 januari 1995, moet zijn voorzien van zijdelingse afscherming, die voldoet aan het bepaalde in de Regeling toelatingseisen.
10. De in het zesde, zevende, achtste en negende lid bedoelde verplichting tot zijdelingse afscherming geldt niet voor een aanhangwagen die is gebouwd voor speciale doeleinden en waarbij het om praktische redenen niet mogelijk is zijdelingse afscherming aan te brengen, alsmede voor een aanhangwagen die speciaal is gebouwd voor het vervoer van in de lengte ondeelbare lading.
11. De wielen van een aanhangwagen moeten deugdelijk zijn afgeschermd overeenkomstig het bepaalde in de Regeling toelatingseisen.
2. Onverminderd het bepaalde in het eerste lid moeten uitstekende delen die in geval van botsing het gevaar voor lichamelijk letsel voor andere weggebruikers aanzienlijk kunnen vergroten, zijn afgeschermd.
3. Het bepaalde in het eerste en tweede lid is niet van toepassing op voertuigdelen die zich hoger dan 2,00 m boven het wegdek bevinden.
4. Een aanhangwagen die in gebruik wordt genomen na 31 december 1994, moet voor wat betreft de bescherming aan de achterzijde voldoen aan het bepaalde in richtlijn 70/221/EEG(PbEG 6 april 1970, L 76). Deze bepaling geldt niet voor een aanhangwagen waarvan het gebruik zich naar het oordeel van degene die met de afgifte van kentekenbewijzen is belast, verzet tegen de aanwezigheid van een beschermingsinrichting aan de achterzijde, alsmede voor een aanhangwagen die speciaal is gebouwd voor het vervoer van in de lengte ondeelbare lading.
5. Een aanhangwagen die in gebruik is genomen na 30 juni 1967 doch voor 1 januari 1995, moet voor wat betreft de bescherming aan de achterzijde, behoudens indien deze hieromtrent voldoet aan het bepaalde in richtlijn 70/221/EEG, voldoen aan het bepaalde in de Regeling toelatingseisen. Deze bepaling geldt niet voor een aanhangwagen waarvan het gebruik zich naar het oordeel van degene die met de afgifte van kentekenbewijzen is belast, verzet tegen de aanwezigheid van een beschermingsinrichting aan de achterzijde, alsmede voor een aanhangwagens die speciaal is gebouwd voor het vervoer van in de lengte ondeelbare lading.
6. Op een aanhangwagen met een toegestane maximum massa van niet meer dan 3500 kg, die in gebruik wordt genomen na 31 december 1994, is ten aanzien van de zijdelingse afscherming tussen de voorste as of de koppelingspen indien het een oplegger betreft, en de voorste achteras het in richtlijn 89/297/EEGvoor een aanhangwagen met een toegestane maximum massa van meer dan 3500 kg doch niet meer dan 10.000 kg bepaalde van overeenkomstige toepassing. Deze aanhangwagen moet voorts achter de voorste achteras zijn voorzien van zijdelingse afscherming die voldoet aan het bepaalde in de Regeling toelatingseisen.
7. Een aanhangwagen met een toegestane maximum massa van meer dan 3500 kg, die in gebruik wordt genomen na 31 december 1994, moet tussen de voorste as of de koppelingspen indien het een oplegger betreft, en de voorste achteras zijn voorzien van zijdelingse afscherming die voldoet aan het bepaalde in richtlijn 89/297/EEG(PbEG 5 mei 1989, L 124), alsmede achter de voorste achteras zijn voorzien van zijdelingse afscherming die voldoet aan het bepaalde in de Regeling toelatingseisen.
8. Onverminderd het bepaalde in het zesde en zevende lid moet een middenasaanhangwagen voor de voorste as zijn voorzien van zijdelingse afscherming die voldoet aan het bepaalde in de Regeling toelatingseisen.
9. Een aanhangwagen die in gebruik is genomen voor 1 januari 1995, moet zijn voorzien van zijdelingse afscherming, die voldoet aan het bepaalde in de Regeling toelatingseisen.
10. De in het zesde, zevende, achtste en negende lid bedoelde verplichting tot zijdelingse afscherming geldt niet voor een aanhangwagen die is gebouwd voor speciale doeleinden en waarbij het om praktische redenen niet mogelijk is zijdelingse afscherming aan te brengen, alsmede voor een aanhangwagen die speciaal is gebouwd voor het vervoer van in de lengte ondeelbare lading.
11. De wielen van een aanhangwagen moeten deugdelijk zijn afgeschermd overeenkomstig het bepaalde in de Regeling toelatingseisen.