BWBR0009165
Geldig vanaf 2005-08-09
Artikel 186
Regeling wijziging constructie
1. Een personenauto moet zijn voorzien van een reminrichting waarvan de onderdelen:
a. deugdelijk zijn bevestigd met de daarvoor bestemde bevestigings- en borgmiddelen;
b. niet in ernstige mate door corrosie zijn aangetast;
c. niet zijn beschadigd, gescheurd of gebroken;
d. geen inwendige of uitwendige lekkage vertonen.
2. De rembekrachtiger en de remkrachtregelaar moeten goed functioneren.
3. Bij een hydraulisch remsysteem mag bij het bedienen van het rempedaal de slag van het pedaal niet door een aanslag worden beperkt.
4. Remslangen mogen:
a. niet in ernstige mate zijn misvormd;
b. niet langs andere voertuigdelen schuren;
c. geen zodanige beschadigingen vertonen dat het wapeningsmateriaal zichtbaar is.
5. Ten aanzien van het bepaalde in het eerste lid, onderdelen a en b, en het vierde lid, onderdeel a, is de Regeling permanente eisenvan toepassing.
a. deugdelijk zijn bevestigd met de daarvoor bestemde bevestigings- en borgmiddelen;
b. niet in ernstige mate door corrosie zijn aangetast;
c. niet zijn beschadigd, gescheurd of gebroken;
d. geen inwendige of uitwendige lekkage vertonen.
2. De rembekrachtiger en de remkrachtregelaar moeten goed functioneren.
3. Bij een hydraulisch remsysteem mag bij het bedienen van het rempedaal de slag van het pedaal niet door een aanslag worden beperkt.
4. Remslangen mogen:
a. niet in ernstige mate zijn misvormd;
b. niet langs andere voertuigdelen schuren;
c. geen zodanige beschadigingen vertonen dat het wapeningsmateriaal zichtbaar is.
5. Ten aanzien van het bepaalde in het eerste lid, onderdelen a en b, en het vierde lid, onderdeel a, is de Regeling permanente eisenvan toepassing.