BWBR0009165
Geldig vanaf 2005-08-09
Artikel 291
Regeling wijziging constructie
1. Een bedrijfsauto moet zijn voorzien van een reminrichting waarvan de onderdelen:
a. deugdelijk zijn bevestigd met de daarvoor bestemde bevestigings- en borgmiddelen;
b. niet in ernstige mate door corrosie zijn aangetast;
c. niet zijn beschadigd, gescheurd of gebroken;
d. geen inwendige of uitwendige lekkage vertonen.
2. De rembekrachtiger en de hydraulische remkrachtregelaar moeten goed functioneren.
3. De compressor en de drukregelaar moeten goed functioneren en tijdig in werking treden.
4. Bij een hydraulisch remsysteem mag bij het bedienen van het rempedaal de slag van het pedaal niet door een aanslag worden beperkt.
5. Het oppervlak van het rempedaal moet stroef zijn.
6. Remslangen mogen:
a. niet in ernstige mate zijn misvormd;
b. niet langs andere voertuigdelen schuren;
c. geen zodanige beschadigingen vertonen dat het wapeningsmateriaal zichtbaar is.
7. Kunststofremleidingen mogen geen knikken vertonen en niet zijn toegepast in de directe omgeving van hete delen.
8. De noodzakelijke bewegingsvrijheid van de remonderdelen mag niet worden beperkt.
9. Ten aanzien van het bepaalde in het eerste lid, onderdeel b, het zesde lid, onderdeel a, en het zevende lid, is de Regeling permanente eisenvan toepassing.
a. deugdelijk zijn bevestigd met de daarvoor bestemde bevestigings- en borgmiddelen;
b. niet in ernstige mate door corrosie zijn aangetast;
c. niet zijn beschadigd, gescheurd of gebroken;
d. geen inwendige of uitwendige lekkage vertonen.
2. De rembekrachtiger en de hydraulische remkrachtregelaar moeten goed functioneren.
3. De compressor en de drukregelaar moeten goed functioneren en tijdig in werking treden.
4. Bij een hydraulisch remsysteem mag bij het bedienen van het rempedaal de slag van het pedaal niet door een aanslag worden beperkt.
5. Het oppervlak van het rempedaal moet stroef zijn.
6. Remslangen mogen:
a. niet in ernstige mate zijn misvormd;
b. niet langs andere voertuigdelen schuren;
c. geen zodanige beschadigingen vertonen dat het wapeningsmateriaal zichtbaar is.
7. Kunststofremleidingen mogen geen knikken vertonen en niet zijn toegepast in de directe omgeving van hete delen.
8. De noodzakelijke bewegingsvrijheid van de remonderdelen mag niet worden beperkt.
9. Ten aanzien van het bepaalde in het eerste lid, onderdeel b, het zesde lid, onderdeel a, en het zevende lid, is de Regeling permanente eisenvan toepassing.