BWBR0009165
Geldig vanaf 2005-08-09
Artikel 105
Regeling wijziging constructie
1. Een bedrijfsauto met een tweeleidingremsysteem ten behoeve van aanhangwagens moet aan de aansluitkop van de voorraadleiding een druk bezitten met een grenswaarde van 6,5 tot 8,0 bar, en aan de aansluitkop van de commandoleiding, bij een maximale voorraaddruk, een druk met een grenswaarde van 6,0 tot 7,5 bar.
2. Een bedrijfsauto, in gebruik genomen na 31 december 1995, mag niet zijn voorzien van een éénleidingremsysteem ten behoeve van een aanhangwagen.
3. Bij een bedrijfsauto met een éénleidingremsysteem ten behoeve van aanhangwagens moet aan de aansluitkop de voorraaddruk van het remsysteem aanwezig zijn. Deze druk moet ten minste 5 doch niet meer dan 6 bar bedragen.
4. De afzonderlijke inrichting voor de bediening van de remmen van de aanhangwagen van een bedrijfsauto die in gebruik is genomen na 31 maart 1990, mag bij maximale uitslag van het bedieningsorgaan aan de aansluitkop van de commandoleiding geen hogere druk doorsturen dan 2,5 bar.
2. Een bedrijfsauto, in gebruik genomen na 31 december 1995, mag niet zijn voorzien van een éénleidingremsysteem ten behoeve van een aanhangwagen.
3. Bij een bedrijfsauto met een éénleidingremsysteem ten behoeve van aanhangwagens moet aan de aansluitkop de voorraaddruk van het remsysteem aanwezig zijn. Deze druk moet ten minste 5 doch niet meer dan 6 bar bedragen.
4. De afzonderlijke inrichting voor de bediening van de remmen van de aanhangwagen van een bedrijfsauto die in gebruik is genomen na 31 maart 1990, mag bij maximale uitslag van het bedieningsorgaan aan de aansluitkop van de commandoleiding geen hogere druk doorsturen dan 2,5 bar.