BWBR0009165
Geldig vanaf 2005-08-09
Artikel 171
Regeling wijziging constructie
1. Indien een aanhangwagen is voorzien van een mechanische koppelinrichting, moet deze inrichting:
a. voldoen aan het bepaalde in richtlijn 94/20/EEG, of
b. indien een aanhangwagen voor 1 januari 2005 in gebruik is genomen, behoren tot een door Onze Minister voor 1 januari 1995 goedgekeurd type, zijn voorzien van de door hem in de goedkeuring voorgeschreven identificatiekenmerken, en zijn bevestigd overeenkomstig de voorschriften van de fabrikant van de koppelinrichting. Indien een oplegger is voorzien van een stuurwig, moet deze voldoen aan het bepaalde in de Regeling toelatingseisen.
2. Een middenasaanhangwagen waarvan de toegestane maximum massa niet meer bedraagt dan 1500 kg en die niet is voorzien van een losbreekreminrichting, moet zijn voorzien van een hulpkoppeling.
3. Indien voor het koppelen van voertuigen bijzondere constructies aan de voertuigen worden toegepast, moeten deze constructies voldoen aan het bepaalde in de Regeling toelatingseisenvan toepassing.
a. voldoen aan het bepaalde in richtlijn 94/20/EEG, of
b. indien een aanhangwagen voor 1 januari 2005 in gebruik is genomen, behoren tot een door Onze Minister voor 1 januari 1995 goedgekeurd type, zijn voorzien van de door hem in de goedkeuring voorgeschreven identificatiekenmerken, en zijn bevestigd overeenkomstig de voorschriften van de fabrikant van de koppelinrichting. Indien een oplegger is voorzien van een stuurwig, moet deze voldoen aan het bepaalde in de Regeling toelatingseisen.
2. Een middenasaanhangwagen waarvan de toegestane maximum massa niet meer bedraagt dan 1500 kg en die niet is voorzien van een losbreekreminrichting, moet zijn voorzien van een hulpkoppeling.
3. Indien voor het koppelen van voertuigen bijzondere constructies aan de voertuigen worden toegepast, moeten deze constructies voldoen aan het bepaalde in de Regeling toelatingseisenvan toepassing.