BWBR0009165
Geldig vanaf 2005-08-09
Artikel 46
Regeling wijziging constructie
1. Een bedrijfsauto moet zijn voorzien van een linkerbuitenspiegel en van een rechterbuitenspiegel.
2. In afwijking van het bepaalde in het eerste lid mag een voor het vervoer van goederen bestemde bedrijfsauto met een toegestane maximum massa van niet meer dan 3500 kg zijn voorzien van een linkerbuitenspiegel en van een binnenspiegel indien met de binnenspiegel het vereiste gezichtsveld op de weg wordt verkregen.
3. Een bedrijfsauto, bestemd voor het vervoer van goederen, met een toegestane maximum massa van meer dan 7500 kg, alsmede een rijdend werktuig, moeten zijn voorzien van een trottoirspiegel mits deze zodanig op het voertuig kan worden aangebracht dat in elke stand geen enkel punt van de spiegel of van de steun waarop deze is bevestigd, zich op een hoogte van minder dan 2,00 m boven het wegdek bevindt bij een belasting van het voertuig die overeenkomt met de toegestane maximum massa.
4. Een bedrijfsauto, bestemd voor het vervoer van goederen, met een toegestane maximum massa van meer dan 3500 kg, waarvan de rechterbuitenspiegel niet convex is, en een bedrijfsauto, bestemd voor het vervoer van goederen, met een toegestane maximum massa van meer dan 7500 kg, moeten zijn voorzien van een breedtespiegel.
5. Een bedrijfsauto mag met inachtneming van het bepaalde in richtlijn 71/127/EEG(PbEG 22 maart 1971, L 68) zijn voorzien van meer spiegels dan in de voorgaande leden genoemd.
6. De spiegels van een bedrijfsauto die in gebruik wordt genomen na 31 december 1994, moeten voor wat betreft constructie, plaatsing, verstelbaarheid, afmeting en gezichtsveld op de weg voldoende aan het bepaalde in richtlijn 71/127/EEG(PbEG 22 maart 1971, L 68).
7. De spiegels van een bedrijfsauto die in gebruik is genomen voor 1 januari 1995, moet voor wat betreft oppervlakte, plaatsing, verstelbaarheid en gezichtsveld voldoen aan het bepaalde in de Regeling toelatingseisen.
2. In afwijking van het bepaalde in het eerste lid mag een voor het vervoer van goederen bestemde bedrijfsauto met een toegestane maximum massa van niet meer dan 3500 kg zijn voorzien van een linkerbuitenspiegel en van een binnenspiegel indien met de binnenspiegel het vereiste gezichtsveld op de weg wordt verkregen.
3. Een bedrijfsauto, bestemd voor het vervoer van goederen, met een toegestane maximum massa van meer dan 7500 kg, alsmede een rijdend werktuig, moeten zijn voorzien van een trottoirspiegel mits deze zodanig op het voertuig kan worden aangebracht dat in elke stand geen enkel punt van de spiegel of van de steun waarop deze is bevestigd, zich op een hoogte van minder dan 2,00 m boven het wegdek bevindt bij een belasting van het voertuig die overeenkomt met de toegestane maximum massa.
4. Een bedrijfsauto, bestemd voor het vervoer van goederen, met een toegestane maximum massa van meer dan 3500 kg, waarvan de rechterbuitenspiegel niet convex is, en een bedrijfsauto, bestemd voor het vervoer van goederen, met een toegestane maximum massa van meer dan 7500 kg, moeten zijn voorzien van een breedtespiegel.
5. Een bedrijfsauto mag met inachtneming van het bepaalde in richtlijn 71/127/EEG(PbEG 22 maart 1971, L 68) zijn voorzien van meer spiegels dan in de voorgaande leden genoemd.
6. De spiegels van een bedrijfsauto die in gebruik wordt genomen na 31 december 1994, moeten voor wat betreft constructie, plaatsing, verstelbaarheid, afmeting en gezichtsveld op de weg voldoende aan het bepaalde in richtlijn 71/127/EEG(PbEG 22 maart 1971, L 68).
7. De spiegels van een bedrijfsauto die in gebruik is genomen voor 1 januari 1995, moet voor wat betreft oppervlakte, plaatsing, verstelbaarheid en gezichtsveld voldoen aan het bepaalde in de Regeling toelatingseisen.