BWBR0009165
Geldig vanaf 2005-08-09
Artikel 24
Regeling wijziging constructie
1. Een personenauto moet zijn voorzien van een linkerbuitenspiegel en van een binnenspiegel.
2. Een personenauto moet zijn voorzien van een rechterbuitenspiegel indien met de binnenspiegel het vereiste gezichtsveld op de weg niet wordt verkregen. Indien de binnenspiegel geen zicht naar achteren mogelijk maakt, behoeft deze niet aanwezig te zijn.
3. De spiegels van een personenauto die in gebruik is genomen voor 1 januari 1995, moeten voor wat betreft oppervlakte, plaatsing, verstelbaarheid en gezichtsveld voldoen aan het bepaalde in de Regeling toelatingseisen.
4. De spiegels van een personenauto die in gebruik wordt genomen na 31 december 1994, moeten voor wat betreft constructie, plaatsing, verstelbaarheid, afmetingen en gezichtsveld op de weg voldoen aan het bepaalde in richtlijn 71/127/EEG(PbEG 22 maart 1971, L 68).
2. Een personenauto moet zijn voorzien van een rechterbuitenspiegel indien met de binnenspiegel het vereiste gezichtsveld op de weg niet wordt verkregen. Indien de binnenspiegel geen zicht naar achteren mogelijk maakt, behoeft deze niet aanwezig te zijn.
3. De spiegels van een personenauto die in gebruik is genomen voor 1 januari 1995, moeten voor wat betreft oppervlakte, plaatsing, verstelbaarheid en gezichtsveld voldoen aan het bepaalde in de Regeling toelatingseisen.
4. De spiegels van een personenauto die in gebruik wordt genomen na 31 december 1994, moeten voor wat betreft constructie, plaatsing, verstelbaarheid, afmetingen en gezichtsveld op de weg voldoen aan het bepaalde in richtlijn 71/127/EEG(PbEG 22 maart 1971, L 68).