BWBR0009165
Geldig vanaf 2005-08-09
Artikel 140
Regeling wijziging constructie
1. Een aanhangwagen moet zijn voorzien van een reminrichting waarvan de onderdelen:
a. deugdelijk zijn bevestigd met de daarvoor bestemde bevestigings- en borgmiddelen;
b. niet in ernstige mate door corrosie zijn aangetast;
c. niet zijn beschadigd, gescheurd of gebroken;
d. geen inwendige of uitwendige lekkage vertonen.
2. Remslangen mogen:
a. niet in ernstige mate zijn misvormd;
b. niet langs andere voertuigdelen schuren;
c. geen zodanige beschadigingen vertonen dat het wapeningsmateriaal zichtbaar is.
3. Kunststofremleidingen mogen geen knikken vertonen.
4. De remtrommel of remschijf mag tijdens het remmen niet worden geraakt door delen die zijn bestemd als drager of bevestigingsmiddel van remvoering.
5. De noodzakelijke bewegingsvrijheid van de remonderdelen mag niet worden beperkt.
6. Ten aanzien van het bepaalde in het eerste lid, onderdelen a en b, en het tweede lid, onderdeel a, is de Regeling permanente eisenvan toepassing.
a. deugdelijk zijn bevestigd met de daarvoor bestemde bevestigings- en borgmiddelen;
b. niet in ernstige mate door corrosie zijn aangetast;
c. niet zijn beschadigd, gescheurd of gebroken;
d. geen inwendige of uitwendige lekkage vertonen.
2. Remslangen mogen:
a. niet in ernstige mate zijn misvormd;
b. niet langs andere voertuigdelen schuren;
c. geen zodanige beschadigingen vertonen dat het wapeningsmateriaal zichtbaar is.
3. Kunststofremleidingen mogen geen knikken vertonen.
4. De remtrommel of remschijf mag tijdens het remmen niet worden geraakt door delen die zijn bestemd als drager of bevestigingsmiddel van remvoering.
5. De noodzakelijke bewegingsvrijheid van de remonderdelen mag niet worden beperkt.
6. Ten aanzien van het bepaalde in het eerste lid, onderdelen a en b, en het tweede lid, onderdeel a, is de Regeling permanente eisenvan toepassing.