BWBR0009165
Geldig vanaf 2005-08-09
Artikel 36
Regeling wijziging constructie
1. Een bedrijfsauto mag:
a. niet langer zijn dan 12,00 m;
b. niet breder zijn dan 2,55 m;
c. niet hoger zijn dan 4,00 m.
2. In afwijking van het bepaalde in het eerste lid, onderdeel a, mag:
a. een rijdend werktuig niet langer zijn dan voor de bruikbaarheid als werktuig noodzakelijk is, met een maximum van 20,00 m;
b. een geleed motorrijtuig niet langer zijn dan 18,00 m;
c. een kermis- of circusvoertuig niet langer zijn dan 14,00 m.
3. In afwijking van het bepaalde in het eerste lid, onderdeel b, mag:
a. een bedrijfsauto met een toegestane maximum massa van meer dan 10.000 kg, met uitzondering van een bus, alsmede een koelvoertuig met een wanddikte van ten minste 45 mm, niet breder zijn dan 2,60 m;
b. een rijdend werktuig breder zijn dan 2,55 m, doch niet breder dan voor de bruikbaarheid als werktuig noodzakelijk is en niet breder dan 3,00 m.
a. niet langer zijn dan 12,00 m;
b. niet breder zijn dan 2,55 m;
c. niet hoger zijn dan 4,00 m.
2. In afwijking van het bepaalde in het eerste lid, onderdeel a, mag:
a. een rijdend werktuig niet langer zijn dan voor de bruikbaarheid als werktuig noodzakelijk is, met een maximum van 20,00 m;
b. een geleed motorrijtuig niet langer zijn dan 18,00 m;
c. een kermis- of circusvoertuig niet langer zijn dan 14,00 m.
3. In afwijking van het bepaalde in het eerste lid, onderdeel b, mag:
a. een bedrijfsauto met een toegestane maximum massa van meer dan 10.000 kg, met uitzondering van een bus, alsmede een koelvoertuig met een wanddikte van ten minste 45 mm, niet breder zijn dan 2,60 m;
b. een rijdend werktuig breder zijn dan 2,55 m, doch niet breder dan voor de bruikbaarheid als werktuig noodzakelijk is en niet breder dan 3,00 m.