BWBR0003083
Geldig vanaf 1977-04-18
Artikel 66
Reglement dienst hoofd- en lokaalspoorwegen
1. In het Trein- en Rangeerdienstreglement, bedoeld in artikel 51, worden voorschriften opgenomen betreffende de te nemen maatregelen:
a. indien een trein tengevolge van een onregelmatigheid buiten een station tot stilstand is gekomen en zijn rit niet kan vervolgen;
b. indien een gedeelte van een trein onderweg afbreekt;
c. indien een hoofdspoor versperd is.
2. Zo nodig schrijft de Directie aanvullende maatregelen voor met betrekking tot onregelmatigheden op stations.
3. De Directie wijst de plaatsen aan,
waar een reservekrachtvoertuig gereed moet staan voor onmiddellijk gebruik, en
waar de nodige werktuigen en materialen aanwezig moeten zijn om bij ongevallen het spoor spoedig te kunnen ontruimen.
a. indien een trein tengevolge van een onregelmatigheid buiten een station tot stilstand is gekomen en zijn rit niet kan vervolgen;
b. indien een gedeelte van een trein onderweg afbreekt;
c. indien een hoofdspoor versperd is.
2. Zo nodig schrijft de Directie aanvullende maatregelen voor met betrekking tot onregelmatigheden op stations.
3. De Directie wijst de plaatsen aan,
waar een reservekrachtvoertuig gereed moet staan voor onmiddellijk gebruik, en
waar de nodige werktuigen en materialen aanwezig moeten zijn om bij ongevallen het spoor spoedig te kunnen ontruimen.