BWBR0003083
Geldig vanaf 1977-04-18
Artikel 2
Reglement dienst hoofd- en lokaalspoorwegen
In dit reglement wordt verstaan onder:
a. de Minister: Onze Minister van Verkeer en Waterstaat;
b. ambtenaren belast met het toezicht: de ambtenaren, bedoeld in artikel 10 van de Spoorwegwet;
c. Directie: bestuurders van een spoorwegdienst als bedoeld in artikel 9 van de Spoorwegwet;
d. personeel: hoofdbeambten, beambten en bedienden van een spoorwegdienst, als bedoeld in de Spoorwegwet;
e. chef van de trein: hij, die het bevel over een trein voert;
f. machinist: hij, die een krachtvoertuig bedient;
g. overwegwachter: hij, die een krachtvoertuig bedient;
h. voertuig: elk voertuig, al dan niet geleed, ingericht om op spoorstaven te rijden;
i. locomotief: elk voertuig, voorzien van een eigen voortbewegingsinrichting, hoofdzakelijk bestemd om andere voertuigen op spoorstaven voort te bewegen en niet zelf ingericht voor het vervoer van personen, bagage, goederen, post of levende dieren, of een combinatie van deze voertuigen welke van één punt uit worden bediend;
j. treinstel: elk voertuig, voorzien van een eigen voortbewegingsinrichting met een vermogen aan de wielomtrek van meer dan 75 kW en ingericht voor het vervoer van personen, bagage, goederen, post of levende dieren;
k. krachtvoertuig: elke locomotief en elk treinstel;
l. rijtuig: elk voertuig zonder eigen voortbewegingsinrichting, bestemd om door middel van een krachtvoertuig te worden voortbewogen en geheel of gedeeltelijk ingericht voor het vervoer van personen, bagage of post, alsmede elk ander door de Directie als zodanig aangewezen voertuig;
m. wagen: elk voertuig zonder eigen voortbewegingsinrichting, bestemd om door middel van een krachtvoertuig te worden voortbewogen en ingericht voor het vervoer van goederen, post of levende dieren, alsmede elk ander door de Directie als zodanig aangewezen voertuig;
n. rollend materieel: elk krachtvoertuig, elk rijtuig en elke wagen;
o. bijzonder voertuig: elk voertuig, geen rollend materieel zijnde, dat op één of twee spoorstaven wordt of zal worden voortbewogen, dan wel zichzelf voortbeweegt of zal voortbewegen;
p. trein: een krachtvoertuig - indien met andere voertuigen verbonden, daarmede een geheel vormende - dat zich van een station naar een andere bestemming beweegt of bewegen gaat, of zich van die andere bestemming naar een station beweegt of bewegen gaat;
q. rangeerdeel: een krachtvoertuig, een rijtuig, een wagen of een aantal van deze voertuigen, aaneengesloten, geen trein zijnde;
r. station: gedeelte van de spoorweg bestemd en ingericht om treinen te doen stoppen, beginnen, eindigen, inhalen of kruisen en voorzien van ten minste één wissel, dat door treinen rechtstreeks in beide standen kan worden bereden, en tevens bestemd en ingericht om reizigers te laten in- en uitstappen en/of goederen aan te nemen en af te leveren; de Directie kan een zodanig gedeelte van de spoorweg, dat niet tevens is bestemd en ingericht om reizigers te laten in- en uitstappen en/of goederen aan te nemen en af te leveren, met een station gelijkstellen;
s. halte: gedeelte van de spoorweg bestemd en ingericht om reizigers te laten in- en uitstappen en/of goederen aan te nemen en af te leveren, niet zijnde een station;
t. hoofdspoor: een spoor dat in gewone omstandigheden door treinen wordt bereden, of een spoor, dat door de Directie als zodanig wordt aangewezen;
u. baanvak: gedeelte van de spoorweg tussen twee met name te noemen punten;
v. grensdienstbaanvak: baanvak tussen de Nederlandse grens en het uiterste station, waar personeel van een buitenlandse spoorwegdienst treinen aan personeel van een binnenlandse spoorwegdienst mag overgeven en van dat personeel mag overnemen;
w. overweg: gelijkvloerse kruising van een spoorweg en een weg;
x. overpad: overweg gelegen in een vrijliggend fietspad of voetpad;
ij. nacht: de tijd tussen een half uur na zonsondergang en een half uur voor zonsopgang;
z. goedgekeurde hogesnelheidstrein: rollend materieel dat een subsysteem vormt als bedoeld in hoofdstuk IIIA van de Spoorwegwet en waarvoor machtiging als bedoeld in artikel 7 van de Spoorwegwet is verleend of dat met toestemming van de bevoegde autoriteiten van een andere lidstaat van de Europese Unie of een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, in gebruik is genomen;
aa. hogesnelheidsinfrastructuur: infrastructuur die een subsysteem vormt als bedoeld in hoofdstuk IIIA van de Spoorwegwet;
ab. RandstadRail: de ingevolge artikel 1, eerste lid, van de Locaalspoor- en Tramwegwet aangewezen locaalspoorweg Den Haag Centraal – Den Haag Laan van NOI – Zoetermeer, met de zijtak Leidschendam – Rotterdam;
ac. plusregio: regio als bedoeld in artikel 104 van de Wet gemeenschappelijke regelingen.
a. de Minister: Onze Minister van Verkeer en Waterstaat;
b. ambtenaren belast met het toezicht: de ambtenaren, bedoeld in artikel 10 van de Spoorwegwet;
c. Directie: bestuurders van een spoorwegdienst als bedoeld in artikel 9 van de Spoorwegwet;
d. personeel: hoofdbeambten, beambten en bedienden van een spoorwegdienst, als bedoeld in de Spoorwegwet;
e. chef van de trein: hij, die het bevel over een trein voert;
f. machinist: hij, die een krachtvoertuig bedient;
g. overwegwachter: hij, die een krachtvoertuig bedient;
h. voertuig: elk voertuig, al dan niet geleed, ingericht om op spoorstaven te rijden;
i. locomotief: elk voertuig, voorzien van een eigen voortbewegingsinrichting, hoofdzakelijk bestemd om andere voertuigen op spoorstaven voort te bewegen en niet zelf ingericht voor het vervoer van personen, bagage, goederen, post of levende dieren, of een combinatie van deze voertuigen welke van één punt uit worden bediend;
j. treinstel: elk voertuig, voorzien van een eigen voortbewegingsinrichting met een vermogen aan de wielomtrek van meer dan 75 kW en ingericht voor het vervoer van personen, bagage, goederen, post of levende dieren;
k. krachtvoertuig: elke locomotief en elk treinstel;
l. rijtuig: elk voertuig zonder eigen voortbewegingsinrichting, bestemd om door middel van een krachtvoertuig te worden voortbewogen en geheel of gedeeltelijk ingericht voor het vervoer van personen, bagage of post, alsmede elk ander door de Directie als zodanig aangewezen voertuig;
m. wagen: elk voertuig zonder eigen voortbewegingsinrichting, bestemd om door middel van een krachtvoertuig te worden voortbewogen en ingericht voor het vervoer van goederen, post of levende dieren, alsmede elk ander door de Directie als zodanig aangewezen voertuig;
n. rollend materieel: elk krachtvoertuig, elk rijtuig en elke wagen;
o. bijzonder voertuig: elk voertuig, geen rollend materieel zijnde, dat op één of twee spoorstaven wordt of zal worden voortbewogen, dan wel zichzelf voortbeweegt of zal voortbewegen;
p. trein: een krachtvoertuig - indien met andere voertuigen verbonden, daarmede een geheel vormende - dat zich van een station naar een andere bestemming beweegt of bewegen gaat, of zich van die andere bestemming naar een station beweegt of bewegen gaat;
q. rangeerdeel: een krachtvoertuig, een rijtuig, een wagen of een aantal van deze voertuigen, aaneengesloten, geen trein zijnde;
r. station: gedeelte van de spoorweg bestemd en ingericht om treinen te doen stoppen, beginnen, eindigen, inhalen of kruisen en voorzien van ten minste één wissel, dat door treinen rechtstreeks in beide standen kan worden bereden, en tevens bestemd en ingericht om reizigers te laten in- en uitstappen en/of goederen aan te nemen en af te leveren; de Directie kan een zodanig gedeelte van de spoorweg, dat niet tevens is bestemd en ingericht om reizigers te laten in- en uitstappen en/of goederen aan te nemen en af te leveren, met een station gelijkstellen;
s. halte: gedeelte van de spoorweg bestemd en ingericht om reizigers te laten in- en uitstappen en/of goederen aan te nemen en af te leveren, niet zijnde een station;
t. hoofdspoor: een spoor dat in gewone omstandigheden door treinen wordt bereden, of een spoor, dat door de Directie als zodanig wordt aangewezen;
u. baanvak: gedeelte van de spoorweg tussen twee met name te noemen punten;
v. grensdienstbaanvak: baanvak tussen de Nederlandse grens en het uiterste station, waar personeel van een buitenlandse spoorwegdienst treinen aan personeel van een binnenlandse spoorwegdienst mag overgeven en van dat personeel mag overnemen;
w. overweg: gelijkvloerse kruising van een spoorweg en een weg;
x. overpad: overweg gelegen in een vrijliggend fietspad of voetpad;
ij. nacht: de tijd tussen een half uur na zonsondergang en een half uur voor zonsopgang;
z. goedgekeurde hogesnelheidstrein: rollend materieel dat een subsysteem vormt als bedoeld in hoofdstuk IIIA van de Spoorwegwet en waarvoor machtiging als bedoeld in artikel 7 van de Spoorwegwet is verleend of dat met toestemming van de bevoegde autoriteiten van een andere lidstaat van de Europese Unie of een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, in gebruik is genomen;
aa. hogesnelheidsinfrastructuur: infrastructuur die een subsysteem vormt als bedoeld in hoofdstuk IIIA van de Spoorwegwet;
ab. RandstadRail: de ingevolge artikel 1, eerste lid, van de Locaalspoor- en Tramwegwet aangewezen locaalspoorweg Den Haag Centraal – Den Haag Laan van NOI – Zoetermeer, met de zijtak Leidschendam – Rotterdam;
ac. plusregio: regio als bedoeld in artikel 104 van de Wet gemeenschappelijke regelingen.