BWBR0003083
Geldig vanaf 1977-04-18
Artikel 38
Reglement dienst hoofd- en lokaalspoorwegen
1. De rijtuigen moeten voorzien zijn van middelen tot behoorlijke verlichting, luchtverversing en verwarming.
2. De rijtuigafdelingen waarin reizigers worden vervoerd, worden in twee klassen onderscheiden, tenzij de Directie anders bepaalt.
3. Op afstand bediende of automatisch sluitende deuren moeten zodanig geconstrueerd zijn, dat bij het openen en sluiten daarvan geen gevaar voor personen ontstaat.
4. Naar buiten openslaande deuren in de zijwanden van de rijtuigen moeten:
a. in een stand, loodrecht op de lengteas van het rijtuig, binnen het profiel van vrije ruimte als bedoeld in artikel 14 blijven;
b. voorzien zijn van twee sluitingen, die zowel van buiten als van binnen door de reizigers zonder bezwaar kunnen worden geopend; deze twee sluitingen mogen in één slot verenigd zijn.
5. Zwenkzwaaideuren en draaivouwdeuren in de zijwanden van de rijtuigen, die door middel van luchtdruk worden gesloten, moeten in gesloten stand zijn vergrendeld om te voorkomen dat zij door drukken - van binnenuit - kunnen worden geopend.
6. Ruiten in ramen, deuren en wanden van nieuw te bouwen rijtuigen moeten uit veiligheidsglas bestaan.
2. De rijtuigafdelingen waarin reizigers worden vervoerd, worden in twee klassen onderscheiden, tenzij de Directie anders bepaalt.
3. Op afstand bediende of automatisch sluitende deuren moeten zodanig geconstrueerd zijn, dat bij het openen en sluiten daarvan geen gevaar voor personen ontstaat.
4. Naar buiten openslaande deuren in de zijwanden van de rijtuigen moeten:
a. in een stand, loodrecht op de lengteas van het rijtuig, binnen het profiel van vrije ruimte als bedoeld in artikel 14 blijven;
b. voorzien zijn van twee sluitingen, die zowel van buiten als van binnen door de reizigers zonder bezwaar kunnen worden geopend; deze twee sluitingen mogen in één slot verenigd zijn.
5. Zwenkzwaaideuren en draaivouwdeuren in de zijwanden van de rijtuigen, die door middel van luchtdruk worden gesloten, moeten in gesloten stand zijn vergrendeld om te voorkomen dat zij door drukken - van binnenuit - kunnen worden geopend.
6. Ruiten in ramen, deuren en wanden van nieuw te bouwen rijtuigen moeten uit veiligheidsglas bestaan.