BWBR0003083
Geldig vanaf 1977-04-18
Artikel 13
Reglement dienst hoofd- en lokaalspoorwegen
1. De normale wijdte van het spoor, gemeten tussen de binnenzijden van de spoorstaafkoppen, bedraagt 1435 mm.
De wijdte mag niet minder zijn dan 1430 mm en - in bogen met inbegrip van spoorverwijding niet meer zijn dan 1470 mm.
2. De aarden baan, de bovenbouw en de kunstwerken moeten zodanig zijn uitgevoerd, dat daarop bij de ter plaatse toegelaten snelheid voertuigen kunnen worden vervoerd met:
een asbelasting van ten minste 18 t en een gewicht van ten minste 5 t per strekkende meter.
een asbelasting van ten minste 16 t en een gewicht van ten minste 4,8 t per strekkende meter.
3. De Directie kan ontheffing verlenen van het bepaalde in het tweede lid.
4. Op de weg moeten palen aanwezig zijn, die de afstand tot een beginstation langs de as van de spoorweg in kilometers en hectometers aangeven; in bijzondere gevallen kan een ander beginpunt worden aangenomen.
5. Op spoorwegen die uitsluitend bestemd zijn voor het vervoer van goederen, kan plaatsing van de in het vierde lid bedoelde hectometerpalen achterwege blijven.
De wijdte mag niet minder zijn dan 1430 mm en - in bogen met inbegrip van spoorverwijding niet meer zijn dan 1470 mm.
2. De aarden baan, de bovenbouw en de kunstwerken moeten zodanig zijn uitgevoerd, dat daarop bij de ter plaatse toegelaten snelheid voertuigen kunnen worden vervoerd met:
een asbelasting van ten minste 18 t en een gewicht van ten minste 5 t per strekkende meter.
een asbelasting van ten minste 16 t en een gewicht van ten minste 4,8 t per strekkende meter.
3. De Directie kan ontheffing verlenen van het bepaalde in het tweede lid.
4. Op de weg moeten palen aanwezig zijn, die de afstand tot een beginstation langs de as van de spoorweg in kilometers en hectometers aangeven; in bijzondere gevallen kan een ander beginpunt worden aangenomen.
5. Op spoorwegen die uitsluitend bestemd zijn voor het vervoer van goederen, kan plaatsing van de in het vierde lid bedoelde hectometerpalen achterwege blijven.