BWBR0003083
Geldig vanaf 1977-04-18
Artikel 23
Reglement dienst hoofd- en lokaalspoorwegen
1. Behoudens op baanvakken die niet regelmatig worden bereden, draagt de Directie zorg voor de plaatsing van Andreaskruisen volgens model J12 of J13 van <a href="/wet/BWBR0004825" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">bijlage 1, behorende bij het RVV 1990</a>, met uitzondering van overwegen in niet voor het openbaar verkeer openstaande wegen die zijn voorzien van hekken als bedoeld in artikel 20, eerste lid, onderdeel d.
2. De Minister kan voorschrijven, dat vóór een voor het openbaar verkeer openstaande overweg waarschuwingsborden worden geplaatst, en wel bij een overweg met sluitbomen of halve-overwegbomen een bord volgens model J10 en bij een andere overweg een bord volgens model J11 van bijlage I, behorende bij het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990.
3. De Minister kan tevens voorschrijven, dat vóór een voor het openbaar verkeer openstaande overweg, buiten de bebouwde kom gelegen in een weg met belangrijk verkeer, bakens volgens het bij ministeriële regeling vastgestelde model worden geplaatst.
4. De Minister kan voorschrijven dat bij door hem aan te wijzen overwegen borden volgens model B7 van bijlage I, behorende bij het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990worden geplaatst alsmede zonodig stopstrepen worden aangebracht ten einde aan te geven dat het wegverkeer moet stoppen alvorens deze overwegen te passeren.
2. De Minister kan voorschrijven, dat vóór een voor het openbaar verkeer openstaande overweg waarschuwingsborden worden geplaatst, en wel bij een overweg met sluitbomen of halve-overwegbomen een bord volgens model J10 en bij een andere overweg een bord volgens model J11 van bijlage I, behorende bij het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990.
3. De Minister kan tevens voorschrijven, dat vóór een voor het openbaar verkeer openstaande overweg, buiten de bebouwde kom gelegen in een weg met belangrijk verkeer, bakens volgens het bij ministeriële regeling vastgestelde model worden geplaatst.
4. De Minister kan voorschrijven dat bij door hem aan te wijzen overwegen borden volgens model B7 van bijlage I, behorende bij het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990worden geplaatst alsmede zonodig stopstrepen worden aangebracht ten einde aan te geven dat het wegverkeer moet stoppen alvorens deze overwegen te passeren.