BWBR0003083
Geldig vanaf 1977-04-18
Artikel 59
Reglement dienst hoofd- en lokaalspoorwegen
Een trein mag vóór de in de dienstregeling aangegeven tijd rijden, mits:
a. het een baanvak betreft waar: - alle sluitbomen, als bedoeld onder a van het eerste lid van artikel 20, zodanig in de beveiliging zijn opgenomen, dat de vaste seinen, die toegang geven tot de overweg alleen een seinbeeld kunnen tonen dat het voorbijrijden toelaat als de bomen zijn gesloten, of
- deze seinen en de bomen vanuit dezelfde post worden bediend;
- alle sluitbomen, als bedoeld onder a van het eerste lid van artikel 20, zodanig in de beveiliging zijn opgenomen, dat de vaste seinen, die toegang geven tot de overweg alleen een seinbeeld kunnen tonen dat het voorbijrijden toelaat als de bomen zijn gesloten, of
- deze seinen en de bomen vanuit dezelfde post worden bediend;
b. het treinen betreft die niet voor het openbaar vervoer van reizigers bestemd zijn.
a. het een baanvak betreft waar: - alle sluitbomen, als bedoeld onder a van het eerste lid van artikel 20, zodanig in de beveiliging zijn opgenomen, dat de vaste seinen, die toegang geven tot de overweg alleen een seinbeeld kunnen tonen dat het voorbijrijden toelaat als de bomen zijn gesloten, of
- deze seinen en de bomen vanuit dezelfde post worden bediend;
- alle sluitbomen, als bedoeld onder a van het eerste lid van artikel 20, zodanig in de beveiliging zijn opgenomen, dat de vaste seinen, die toegang geven tot de overweg alleen een seinbeeld kunnen tonen dat het voorbijrijden toelaat als de bomen zijn gesloten, of
- deze seinen en de bomen vanuit dezelfde post worden bediend;
b. het treinen betreft die niet voor het openbaar vervoer van reizigers bestemd zijn.