BWBR0001827
Geldig vanaf 1838-10-01
Artikel 549
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
1. Een verzoekschrift van de hypotheekhouder tot het verkrijgen van het verlof, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0005291/artikel/264" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 264 lid 5 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek</a>kan, behalve door een advocaat, ook door een notaris worden ingediend, in welk geval diens kantoor als gekozen woonplaats van de verzoeker geldt. Bij het verzoekschrift wordt overgelegd een niet langer dan één maand tevoren aan de huurder of, als de woonruimte in zijn plaats door een onderhuurder wordt bewoond, aan de onderhuurder door een deurwaarder uitgebracht exploit waarbij:
a. aan de huurder of onderhuurder wordt betekend de aanzegging of de overneming van de executie door de hypotheekhouder bedoeld in artikel 544;
b. aan de huurder of onderhuurder wordt aangezegd dat het beding jegens de huurder zal worden ingeroepen.
2. De voorzieningenrechter beslist niet dan na verhoor of behoorlijke oproeping van de huurder en de eventuele onderhuurders.
3. Indien het onderpand met overlating aan de koper van de bevoegdheid het beding in te roepen wordt verkocht, gaan ook de rechten uit de beschikking waarbij het verlof is verleend, op de koper over.
4. Onder de huurder in de zin van dit artikel wordt begrepen degene die ingevolge <a href="/wet/BWBR0005290/artikel/266" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 266 lid 1</a>of <a href="/wet/BWBR0005290/artikel/267" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 267 lid 1 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek</a>medehuurder is.
a. aan de huurder of onderhuurder wordt betekend de aanzegging of de overneming van de executie door de hypotheekhouder bedoeld in artikel 544;
b. aan de huurder of onderhuurder wordt aangezegd dat het beding jegens de huurder zal worden ingeroepen.
2. De voorzieningenrechter beslist niet dan na verhoor of behoorlijke oproeping van de huurder en de eventuele onderhuurders.
3. Indien het onderpand met overlating aan de koper van de bevoegdheid het beding in te roepen wordt verkocht, gaan ook de rechten uit de beschikking waarbij het verlof is verleend, op de koper over.
4. Onder de huurder in de zin van dit artikel wordt begrepen degene die ingevolge <a href="/wet/BWBR0005290/artikel/266" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 266 lid 1</a>of <a href="/wet/BWBR0005290/artikel/267" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 267 lid 1 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek</a>medehuurder is.