Rechtspraak
Rechtbank Overijssel
2024-12-06
ECLI:NL:RBOVE:2024:6506
Civiel recht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,618 tokens
Inleiding
RECHTBANK Overijssel
Civiel recht
Zittingsplaats Zwolle
Zaaknummer / rekestnummer: C/08/323652 / KG RK 24-455
Beschikking van 6 december 2024
in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
CMIS NEDERLAND B.V., voorheen statutair genaamd GMAC RFC Nederland B.V.,
gevestigd in Amsterdam,
verzoekende partij, hierna te noemen: CMIS,
advocaat: mr. A.J.H. Peters,
tegen
1
[verweerder 1],
thans zonder bekende woon- of verblijfplaats,
hypotheekgever, hierna te noemen [verweerder 1],
2
[verweerder 2],
wonende in [woonplaats],
3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid DEVENTER 1001 B.V.,
gevestigd in Deventer,4. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid LOCHEM 1002 B.V.,
gevestigd in Deventer,5. ÉÉN OF MEER -AL DAN NIET ZAKELIJKE- (ONDER)HUURDERS,
verblijvend aan de [adres],
belanghebbenden, hierna samen te noemen: de huurders en eventuele onderhuurders,
niet verschenen.
Procesverloop
1.1.
CMIS heeft een verzoekschrift inroepen huur- en ontruimingsbeding ingediend zoals bedoeld in artikel 3:264 van het Burgerlijk Wetboek (BW).
1.2.
Gelet op het bepaalde in artikel 549 lid 2 Rv zijn de huurders en eventuele onderhuurders bij brief van de griffier van 7 november 2024 tot en met 21 november 2024 in de gelegenheid gesteld om een mondelinge behandeling te verzoeken, indien van hun zijde bezwaar zou bestaan tegen het ingediende verzoek.
1.3.
De beschikking is bepaald op heden.
2Het verzoek
2.1.
Het verzoekschrift strekt tot het verkrijgen van verlof om het huurbeding in te roepen, alsmede de huurders en eventuele onderhuurders te veroordelen tot ontruiming van de onroerende zaak, te weten het woonhuis met bijbehorende opstallen, ondergrond, erf en tuin, plaatselijk bekend als [adres], groot zes en tachtig centiaren. CMIS verzoekt daarbij de termijn waarbinnen geen ontruiming mag plaatsvinden te stellen op ten hoogste drie dagen.
2.2.
De huurders en eventuele onderhuurders hebben niet gereageerd op de brief van de griffier.
Beoordeling
3.1.
In de hypotheekakte van 15 september 2006, waarbij [verweerder 1] ten gunste van CMIS een recht van eerste hypotheek op genoemde onroerende zaak heeft gevestigd, is een huurbeding als bedoeld in artikel 3:264 lid 1 BW opgenomen.
3.2.
CMIS heeft [verweerder 1] bij deurwaardersexploot van 23 oktober 2024 aangezegd dat tot openbare verkoop van de onroerende zaak zal worden overgegaan op 13 december 2024. Een uittreksel van het exploot is op 7 november 2024 in de Staatscourant geplaatst.
Bij deurwaardersexploten van 17 oktober 2024 en 31 oktober 2024 heeft CMIS de huurders en eventuele onderhuurders aangezegd dat executie zal plaatsvinden en dat daarbij het huurbeding zal worden ingeroepen. Daarmee is aan de voorwaarden van de artikelen 544 lid 1 en 549 lid 1 Rv voldaan.
3.3.
Artikel 3:264 lid 1 BW bepaalt dat de hypotheekhouder het huurbeding inroept voorafgaand aan de veiling en dat hij slechts om drie redenen daarvan kan afzien, te weten indien er gegronde redenen zijn om aan te nemen dat:
a. de instandhouding van de huurovereenkomst in het belang is van de opbrengst bij de openbare verkoop; of
b. ook met instandhouding van de huurovereenkomst kennelijk een voldoende opbrengst zal worden verkregen om alle hypotheekhouders die het beding hebben gemaakt en het jegens de huurder kunnen inroepen te voldoen; of
c. er geen personen krachtens huurovereenkomst gebruik kunnen maken van het bezwaarde goed op het moment van bekendmaking van de executoriale verkoop.
3.4.
Aan de wettelijke vereisten voor toewijzing van het verzoek tot het inroepen van het huurbeding is voldaan. Onweersproken is gesteld dat met instandhouding van de huurovereenkomst onvoldoende opbrengst zal worden verkregen om de vordering van CMIS te voldoen. Ook heeft CMIS onweersproken gesteld dat zij er niet van uit kan gaan dat er geen personen krachtens huurovereenkomst gebruik kunnen maken van het bezwaarde goed op het moment van bekendmaking van de executoriale verkoop. Het verzoek zal daarom worden toegewezen.
3.5.
Nu het verlof zal worden verleend, zal de voorzieningenrechter de huurders en eventuele onderhuurders veroordelen tot ontruiming van de onroerende zaak. Aan de huurders en de eventuele onderhuurders zal een ontruimingstermijn van dertig dagen na betekening van deze beschikking worden gegund. De gevorderde ontruimingstermijn van drie dagen zal worden afgewezen, nu uit artikel 555 Rv niet volgt dat een ontruimingstermijn drie dagen moet bedragen, en nu aan CMIS het verlof tot het inroepen van het huurbeding zal worden verleend en daarmee aan de onzekerheid van eventuele kopers reeds een einde komt.
3.6.
De voorzieningenrechter ziet, gelet op het karakter van deze procedure geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Dictum
De voorzieningenrechter
4.1.
verleent verlof aan CMIS om het huurbeding in de op 15 september 2006 tussen CMIS en [verweerder 1] verleden hypotheekakte in te roepen tegen de huurders en eventuele onderhuurders;
4.2.
veroordeelt de huurders en eventuele onderhuurders om de onroerende zaak aan de [adres] binnen dertig dagen na betekening van deze beschikking te ontruimen met al wie en wat aldaar namens hen aanwezig is, en met afgifte van de sleutels aan CMIS ter vrije beschikking te stellen;
4.3.
bepaalt dat gedurende een termijn van dertig dagen na de betekening van deze beschikking aan de huurders en eventuele onderhuurders niet mag worden ontruimd;
4.4.
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
4.5.
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beschikking is gegeven door mr. J.N. Bartels en in het openbaar uitgesproken door mr. R.F. van Aalst op 6 december 2024. (SB)