BWBR0001827
Geldig vanaf 1838-10-01
Artikel 409a
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
1. De Hoge Raad houdt de zaak aan zolang de eiser het griffierecht niet heeft voldaan en de termijn genoemd in <a href="/wet/BWBR0028899/artikel/3a" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 3a, tweede lid, van de Wet griffierechten burgerlijke zaken</a>nog loopt.
2. Indien de eiser het griffierecht niet tijdig heeft voldaan, verklaart de Hoge Raad eiser niet ontvankelijk in zijn beroep in cassatie, met veroordeling van de eiser in de kosten. Voordat de Hoge Raad hiertoe overgaat, stelt de Hoge Raad eiser in de gelegenheid zich uit te laten over het niet tijdig voldoen van het verschuldigde griffierecht.
3. Artikel 127a, derde en vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.
2. Indien de eiser het griffierecht niet tijdig heeft voldaan, verklaart de Hoge Raad eiser niet ontvankelijk in zijn beroep in cassatie, met veroordeling van de eiser in de kosten. Voordat de Hoge Raad hiertoe overgaat, stelt de Hoge Raad eiser in de gelegenheid zich uit te laten over het niet tijdig voldoen van het verschuldigde griffierecht.
3. Artikel 127a, derde en vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.